Nieuws
vers van de pers

27 november 2020

Spanning op het stroomnet: hoe sluiten we de zonneparken aan?

Bron NRC; Laura Wismans

Elektriciteit Nederland wil meer stroom van zon en wind. Maar hoe bereid je het elektriciteitsnetwerk daarop voor? Op pad langs de kabels van netbeheerder Liander.

Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen.
Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen.Foto Olivier Middendorp 

Het is mistig deze woensdagochtend. Terwijl we veiligheidskleding aantrekken, horen we de zachte knetters van elektriciteit in vochtige lucht. We zijn bij onderstation Vijfhuizen, waar netbeheerder Liander bezig is het elektriciteitsnetwerk uit te breiden. Het elektriciteitsnet is hier hoorbaar, zichtbaar en, als we niet oppassen en buiten de lijntjes lopen, voelbaar.

Nederland is nog maar net begonnen aan een grote energietransitie, en nu al verschijnen berichten dat het elektriciteitsnet ‘vol’ is. Zowel aanbieders (vooral nieuwe zonneparken) als afnemers (datacentra, tuinders, grote distributiecentra) kunnen in delen van het land niet meer worden aangesloten. Maar wat betekent het dat het net vol is? Hoe ziet dat eruit? Liander, dat in Friesland, Flevoland, Gelderland, Noord-Holland en een deel van Zuid-Holland het elektriciteitsnet beheert, neemt ons mee naar een van de knelpunten.

Onderstation Vijfhuizen is de eerste stop. Het ligt pal naast een terrein van Tennet, netbeheerder van het hoogspanningsnet in Nederland. Vanuit de verte leiden grote palen de hoogspanningslijnen – 380.000 volt – naar de transformatoren van Tennet. Via ondergrondse kabels loopt de stroom van het Tennet-terrein naar Liander. Hier wordt de stroom verder getransformeerd – naar 50.000, 20.000 en 10.000 volt – en vertrekken ondergrondse kabels naar elektriciteitsverdeelstations verderop. Onder meer naar verdeelstation Schalkwijk, onze tweede stop, van waaruit het zuidelijk deel van Haarlem stroom krijgt. We zullen de stroom volgen tot een transformatorhuisje in de straat Prattenburg, waar het wordt omgezet in laagspanning – 230 volt – die in de huizen in de straat uit het stopcontact komt.

Ons elektriciteitsnetwerk is al een eeuw oud

00:00 of 00:10Volume 0% 

Ruim honderd jaar geleden werden de eerste lokale elektriciteitsnetten ontworpen. Stroom was toen eenrichtingsverkeer. Grote kolen- en (later) gascentrales wekten elektriciteit op dat het hoogspanningsnet op ging. In verdeelstations werd het omgezet in lagere spanning en vertakte het via steeds fijnmaziger kabels om uiteindelijk in transformatorhuisjes in de wijk omgevormd te worden tot de laagspanning die bij huizen en bedrijven binnenkwam. Grote afnemers werden direct aangesloten op de middenspanning, een handvol heel grote afnemers – denk: Tata Steel – op de hoogspanning.

Maar nu is er het klimaatprobleem en moet de CO2-uitstoot drastig omlaag. Minder stroom uit kolen- en gascentrales, meer stroom van wind en zon.

Die groei sluit niet goed aan op het zo lang geleden ontworpen elektriciteitsnet. Vooral de kleine en middelgrote zonneparken vormen een probleem. Hun stroom hoeft niet het hoogspanningsnet op, ze worden aangesloten op de 20.000- en 10.000-voltkabels van Liander en collega-netbeheerders. Dat is technisch goed mogelijk, ‘inkomende’ en ‘uitgaande’ stroom kan met dezelfde kabels vervoerd worden. „Het elektriciteitsnet is te vergelijken met een wegennet. Op een ringweg gaat er van alles op en ook weer af”, zegt Pim Freij, manager netwerkarchitectuur bij Liander. „De grootste hoogspanningskabel van Tennet is een zesbaanssnelweg. Alleen de allergrootste opweklocaties leveren daaraan. De stroom van veruit de meeste opweklocaties gaat de tweebaanssnelwegen of de provinciale wegen op.” Maar de capaciteit op die provinciale kabels was nooit bedacht op invoer van alle kanten: het raakt vol.

Meer energie uit duurzame bronnen

00:00 of 00:14Volume 0% 

In Noord-Nederland is die druk het grootst. Zonneparken komen waar ruimte en goedkope grond is. „Dat zijn plekken waar het elektriciteitsnet van oudsher vrij ‘dun’ is”, zegt Freij. „Het was heel normaal om daar kabels te hebben waar zo’n 1,5 megawatt vermogen doorheen kon, dat is genoeg voor een dorp met 1.000 woningen. Maar nu worden daar zonneparken van elk 10, 20 of 30 megawatt neergezet”, zegt Freij. De kabels hiervoor zijn ook letterlijk dikker, waren ze eerder zo’n 3 centimeter in doorsnede, nu is dat 6 centimeter.

Daarnaast is de gereserveerde netcapaciteit voor zonneparken gebaseerd op de stroom die op de zonnigste dagen geleverd wordt. „Zo zonnig dat die volledige capaciteit benut wordt is het maar een paar dagen per jaar. Maar wij zijn verplicht om zo’n grote aansluiting te bieden waardoor er voor anderen nog minder plek overblijft.”00:00 of 00:15Volume 0% 

Dan de afnemende kant, waar ook meer capaciteit gevraagd wordt, en waar nieuwe aansluitingen ook een plekje willen op de middenspanning. Als die afnemers fysiek dicht bij de opwekkers zouden liggen zou het probleem minder groot zijn omdat er minder afstand overbrugd hoeft te worden, maar dit speelt juist ook in veel andere delen van het land, waaronder hier rond Haarlem.

In het oog springende ontwikkelingen zijn de opkomst van datacentra. „Een datacentrum vraagt gemiddeld net zo veel stroom als 60.000 woningen. Ze kunnen op een doorsnee industrieterrein gebouwd worden en trekken dan ineens een groot deel van de beschikbare capaciteit van een verdeelstation weg”, zegt Freij.

Andere grote stroomvragers zijn distributiecentra, tuinbouwbedrijven die eerder gas gebruikten voor het verwarmen van hun kassen en nu overschakelen op elektriciteit, nieuwbouwwijken zonder gasaansluiting – in 2030 moeten er 1,5 miljoen van zulke woningen zijn – en elektrische auto’s, die veelal op het einde van de werkdag opgeladen worden – er zijn in 2030 1,7 miljoen laadpalen nodig.

Dat er een energietransitie aankomt is geen nieuws. Hadden netbeheerders dit niet kunnen zien aankomen? „Natuurlijk zagen we wel dat de vraag toe zou nemen. We zijn ook al lang bezig. Maar de ontwikkelingen gaan veel sneller dan wij ons net kunnen uitbreiden”, zegt Peter Hofland, woordvoerder van Liander. „Als er een groot verdeelstation bij moet komen dan zijn we gemiddeld vijf plus twee jaar verder. Vijf jaar zijn we bezig met grondaankoop, bestemmingsplannen, vergunningen en omwonenden. Twee jaar zijn we bezig met bouwen. Een zonnepark of datacentrum staat er in een of twee jaar. We proberen wel te voorspellen waar vraag gaat ontstaan. Maar we kunnen niet naar elk weiland of industrieterrein alvast kabels leggen omdat er misschien een grote aansluiting nodig is.”Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen

Een deel van de problemen is nog praktischer: „Er zijn te weinig technici en materialen”, zegt Freij. „Wat bij ons in Nederland gebeurt, gebeurt wereldwijd. De fabrieken die vermogenstransformatoren maken, hebben het loeidruk.”

Capaciteit stroomnet moet verdubbelen

Volgens Netbeheer Nederland, de branchevereniging van netbeheerders, moet de capaciteit van het elektriciteitsnet de komende tien jaar verdubbelen. Dat betekent tienduizenden kilometers nieuwe of verzwaarde kabels, en honderden nieuwe en verbouwde verdeelstations, het speelt op alle spanningsniveaus. Liander beheert nu bijna 40.000 kilometer middenspanningskabel (10.000 en 20.000 volt) en ze denken 16.000 tot 24.000 kilometer nieuwe of verzwaarde middenspanningskabels nodig te hebben. Ze hebben nu 45.000 verdeelstations, er moeten er naar schatting 4.000 tot 12.000 bijkomen.

Bij het onderstation Vijfhuizen is de capaciteitsuitbreiding in volle gang. Als we het terrein verder oplopen zien we de ventilatoren van drie grote transformatoren, de rest wordt aan het oog onttrokken door een ombouw van gewapend beton. Je hoort de transformatoren brommen. Ze ontvangen de hoogspanning van het naastgelegen Tennet-terrein en transformeren die via grote magnetisch gekoppelde spoelen naar 50.000 en 10.000 volt. „De dikte van de geleider zegt hoeveel stroom er doorheen kan. De spanning bepaalt vervolgens wat het vermogen is. Je ziet, heel dunne lijntjes komen binnen, maar wel heel hoge spanning”, zegt Freij. „De kabels die bij ons met 10.000 volt weggaan zijn best wel dik in vergelijking met deze hier.”

De stroom komt daarna via kabels boven ons hoofd de schakeltuin in. Een stoppenkast zoals in huis, maar deze bestaat uit rijen betonnen palen en kabels – rood, blauw en geel, de drie fasen die krachtstroom ook kent – hoog in de lucht. Het zijn deze kabels die we bij aankomst hoorden knetteren. Ze hangen vrij – de lucht geeft voldoende isolatie.Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen

„50.000 volt is ook nog steeds een soort van hoogspanning waarmee we veel vermogen, veel capaciteit, met weinig kabel naar andere stations brengen”, zegt Freij. „10.000 volt is waarmee we naar de transformatorhuisjes in de straat gaan, middenspanning.” Alles in dit onderstation is dubbel uitgevoerd. Dat is verplicht en bedoeld om storingen op te vangen en onderhoud mogelijk te maken. Volgens de bordjes aan het begin van de rijen gaat de stroom vanuit hier onder meer naar Overveen, Haarlem-West en Schalkwijk.

Nieuw op het terrein in Vijfhuizen zijn twee transformatoren die naar 20.000 volt transformeren. Die staan in een tijdelijke opstelling op een betonnen plateau maar verder in de buitenlucht. „Dat is veilig, als er maar voldoende afstand is”, zegt Freij. In containers – ook tijdelijk – staat de schakelkast. „Hier hadden we al ruimte en een vergunning, daarom konden we deze transformatoren hier binnen een jaar neerzetten.” Freij wuift richting een bomenrij aan de rand van het terrein. „Zo kunnen we het datacentrum hierachter toch al aansluiten. Van het vermogen van deze installatie gaat 75 procent daarheen.” De definitieve 20.000-voltinstallatie komt op een stuk van het terrein te staan waar nu graafmachines bezig zijn met de ontmanteling van een oude installatie van Tennet – eerder deelden ze dit terrein. „We leggen steeds vaker 20.000 volt aan. Dat is een betere spanning om grote klanten aan te sluiten, zoals datacentra en zonneparken, dan 10.000 volt.

Water, riool, gas en glasvezel

Ook onderstation Schalkwijk wordt verbouwd. De 50.000 volt die in Vijfhuizen vertrekt komt hier weer boven de grond. Het wordt nu nog getransformeerd naar 6.000 volt dat vervolgens de straten in gaat. De nieuwe transformatoren gaan naar 10.000 volt. Station Schalkwijk staat op een veel kleiner terrein dan dat in Vijfhuizen. Als er meer spanning bij komt kijken, heb je grotere gebouwen nodig om genoeg afstand tussen de transformatoren en schakelaars te houden. Uitbreiden of verzwaren is dus niet zomaar gedaan. En al zou het passen, dan is er soms onder de grond geen ruimte voor nieuwe kabels naast de waterleiding, riolering, glasvezel en gasleidingen die er al liggen.

De nieuwe transformatoren zijn nog niet in gebruik dus we kunnen dichtbij komen. De kabels die er straks in gaan, zijn een centimeter of 6 in doorsnede. „De straten hoeven gelukkig niet meer allemaal open”, zegt Freij. „Overal waar de grond de afgelopen jaren toch al open ging hebben we al 10.000-voltkabels neergelegd.”Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen

Felgekleurde lijnen

Onze laatste stop van de dag is het bedrijfsvoeringscentrum in Haarlem-Oost, van waaruit het volledige elektriciteitsnet van Liander wordt bewaakt en aangestuurd. Als het op het net vastloopt zien ze dat hier. Op een groot scherm aan de muur van een vergaderzaal zien we tegen een zwarte achtergrond felgekleurde lijnen lopen, een schematische kaart van een groot deel van Nederland. Paars en rood zijn de hoogspanningslijnen van Tennet, geel en blauw zijn van Liander. Als we inzoomen zien we de stations waar we eerder vandaag waren in schematische weergave.

„Vanuit hier kunnen we alle transformatoren aan- en uitzetten. Je zit nu in het station te kijken”, zegt Peter Wiebes, senior bedrijfsvoerder bij Liander. Op de kabels in de straat Prattenburg wordt nu zo’n 23 procent van de beschikbare capaciteit gebruikt, vertellen verspringende getallen op de kaart. „Als een kabel honderd procent belast wordt of als er kabelschade is dan klinkt in de ruimte hierboven het geluid van een gong. Wij kijken dan hoe we kunnen omschakelen”, zegt Wiebes. Op zonnige dagen zien ze op dit wijkniveau ook weleens capaciteitsproblemen, doordat zonnepanelen op daken te veel terugleveren. „Het gebeurt maar heel weinig, maar het kan zo zijn dat je zonnepanelen dan even niet kunnen terugleveren.”

De capaciteitsproblemen zorgen er niet voor dat ze hier vaker een gong horen. De meetsystemen in het net zijn de afgelopen jaren snel slimmer geworden dus ze kunnen beter vooruitzien. „Eerder zagen wij bijvoorbeeld alleen dat aan het begin van een streng stroom liep”, zegt Wiebes. „Nu zijn er veel meer meetpunten toegevoegd en zien we ook in welke richting het loopt, of het inkomende of uitgaande stroom is.”

Naast heel veel bouwen en graven proberen de netbeheerders ook slimmigheden toe te passen om de capaciteit nuttiger te besteden. „Neem de dubbele uitvoering van heel veel delen van het elektriciteitsnet”, zegt Hofland. „Die ‘vluchtstrook’ is noodzakelijk bij storingen en onderhoud maar wordt in de praktijk amper gebruikt. We wachten nu op toestemming van de overheid om die te gebruiken voor het transport van duurzame stroom. In het geval van een storing schakel je die duurzame opwek tijdelijk af.”Elektriciteitsverdeelstation Vijfhuizen

Ook maken ze afspraken met grote klanten die tegen een vergoeding op andere momenten dan gebruikelijk stroom afnemen. In de Betuwe heeft Liander afspraken met tuinders. „Dan spreken we af dat de lampen niet tussen 6 en 8 ’s avonds aangaan, maar in de nacht wanneer er verder weinig wordt gebruikt”, zegt Hofland. In Nijmegen-Noord schakelt een distributiecentrum van de Lidl – met grote vriezers – af op piekmomenten.

Bij nieuwe opweklocaties wordt gekeken of ‘cable pooling’ een optie is. „Doorgaans, als de zon schijnt dan waait het niet zo hard, als het hard waait dan schijnt de zon minder”, zegt Hofland. „Als je die twee bij elkaar zet gebruik je de kabel efficiënter en voorkom je dure investeringen.” En vorige week is een convenant gesloten tussen Netbeheer Nederland en branchevereniging Holland Solar om nieuwe zonneparken een aansluiting op het net te geven voor 70 procent van hun volle vermogen. Alleen op heel zonnige dagen komen zonneparken boven die 70 procent uit. Ze gooien een paar procent van de jaaropbrengst weg, maar door een kleinere – en goedkopere – aansluiting te nemen is er meer ruimte voor andere zonneparken, wat het totaal aan duurzame opwek vergroot.

Op zijn eigen dak doet Freij het alvast zoals de zonneparken het straks ook gaan doen, „Mijn zonnepanelen thuis kunnen maximaal 6,3 kilowatt produceren. Maar ik heb een omvormer van 5 kilowatt, die was veel goedkoper. Mijn aansluiting is dus 20 procent kleiner, maar echt, ik gooi op jaarbasis maar 2 procent zonne-energie weg.”

26 november 2020

Waarde Nederlandse olie- en gasreserve in zeven jaar met 95% gedaald

Bron: Financieel Dagblad

De Nederlandse aardolie- en aardgasreserves waren eind vorig jaar minder dan €8 mrd waard. In 2013 was dat nog €169 mrd. Dat is een daling van 95% in zeven jaar, zo meldt het CBS.

De terugval is enorm, maar de bedragen zijn bovenal de bevestiging van een beweging die al langer gaande is. Gaswinning is een rap slinkende business. Door de aardbevingen in Groningen besloot de politiek om de productie uit het Groningenveld fors terug te brengen. Over twee jaar zal het veld helemaal worden gesloten. In het Nederlandse deel van de Noordzee daalt de gaswinning en wordt er amper geboord naar nieuwe olie- en gasreserves.

Weerstand

Daarbij is de prijs voor aardgas sinds 2013 ook met zo’n 37% gedaald. De huidige en dus lage aardgasprijs wordt gebruikt om toekomstige opbrengsten in te schatten, aldus het CBS. En in de komende jaren valt steeds minder te winnen.

Want ook uit de zogeheten kleine velden ‘daalt de productie door met name de lage gasprijs, de afbouw van gasinfrastructuur en de weerstand tegen fossiele brandstoffen in de maatschappij en bij investeerders’, zo concludeert het CBS. Op land zijn hooguit nog zogeheten exploratieboringen in bestaande velden toegestaan.

Woningen aardgasvrij

Gevolg is dat Nederland sinds twee jaar gas importeert, want het gasverbruik is de voorbije jaren op hetzelfde niveau gebleven. De huidige gaswinning is goed voor ongeveer driekwart van het totale binnenlandse aardgasverbruik. Om aan de resterende vraag naar aardgas te voldoen is Nederland steeds meer gaan invoeren. Het meeste gas komt via pijpleidingen ons land binnen, aldus het CBS.

Het leeuwendeel van het aardgas ging afgelopen jaar de energiesector. Sinds 2015 verbruiken stroomproducenten steeds meer aardgas: stroom uit gas is goedkoper dan uit kolencentrales. Ondanks de doelstelling om meer woningen aardgasvrij te bouwen ‘is het aardgasverbruik voor woningen slechts licht afgenomen’.

25 november 2020

‘Extra megawindparken nodig voor waterstof’

Bron: Financieel Dagblad, Bert van Dijk

Kabinetsplannen voor waterstoftechnologie scheppen kansen voor energiebedrijven. Critici waarschuwen voor te grote stappen.Deel via WhatsAppDeel via TwitterDeel via FacebookDeel via LinkedInDeel via E-mail

Windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee. Beide parken, gebouwd door windenergiebedrijf Ørsted, werden maandag in gebruik genomen.
Windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee. Beide parken, gebouwd door windenergiebedrijf Ørsted, werden maandag in gebruik genomen.Foto Bas Czerwinski voor het FD

In het kort

Het kabinet ziet waterstof als een cruciale techniek in de energietransitie in de komende decennia.

Voorlopig is de productie van waterstof met groene stroom niet rendabel.

Direct aansluiten van windparken op waterstoffabrieken kan volgens Ørsted een oplossing zijn, maar critici betwijfelen dat.

Nederland heeft torenhoge ambities op het gebied van waterstof, maar het is vooralsnog onduidelijk hoe die moeten worden gefinancierd. Grote windenergiebedrijven als Ørsted willen dat het kabinet grote nieuwe mega windparken in de Noordzee samen met waterstoffabrieken gaat aanbesteden om zo de kosten omlaag te brengen. Experts waarschuwen voor te grote en snelle stappen, omdat het klimaat er niet bij is gebaat.

7 gigawatt aan extra windparken nodig

Het kabinet ziet waterstof als een noodzakelijke schakel in de energietransitie en mikt op een groene waterstofcapaciteit (waterstof gemaakt met hernieuwbare energie) van 3 tot 4 gigawatt in 2030. Daarvoor is ongeveer 7 gigawatt aan groene stroomcapaciteit nodig. Dat is zeven keer zoveel als alle windparken die begin dit jaar in de Nederlandse Noordzee stonden.

De poging van Wiebes om de ontwikkeling van waterstof via subsidie in de zogenoemde SDE-regeling te stimuleren, loopt onder invloed van Brusselse bezwaren spaak, waardoor andere steunmechanismes moeten worden gezocht. Steun is nodig, omdat de inzet van groene waterstof anders niet rendabel kan.

Directe koppeling van windparken en waterstoffabrieken is een van de mogelijke opties. Het garandeert ook dat de gebruikte stroom in de zogenaamde elektrolyser, waarmee waterstof wordt gemaakt, echt groen is.

Het Deense windenergiebedrijf Ørsted is een sterke voorstander. ‘Ørsted pleit ervoor om de komende jaren via geïntegreerde tenders nieuwe windparken te bouwen die gekoppeld worden aan elektrolysers’, zegt Steven Engels, directeur Ørsted in Nederland. Het is volgens hem dé manier om, net zoals dat bij de uitrol van windenergie op zee gebeurt, schaal te creëren en zo de kosten omlaag te brengen.

Ørsted-directeur Nederland Steven Engels bij de bouw van windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee.
Ørsted-directeur Nederland Steven Engels bij de bouw van windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee.Foto Bas Czerwinski voor het FD

Businesscase wind op zee onder druk

Het helpt ook om de bouw van windparken op zee zeker te stellen. ‘Klimaatverandering gaat zo snel. We moeten versnellen, niet alleen met waterstof, maar ook met wind op zee. Maar probleem is dat we in de huidige subsidievrije context niet meer wind op zee kunnen bouwen, tenzij er bepaalde vraag naar elektriciteit tegenover staat. Onze businesscase komt steeds meer onder druk te staan, doordat er steeds meer windstroom aan het systeem wordt toegevoegd.’

En dus wil Ørsted dat het kabinet extra windparken in combinatie met waterstoffabrieken gaat aanbesteden.

Niet iedereen vindt dat een goed idee. ‘Uiteindelijk moet het gaan om de vraag hoe we als Nederland zo doelmatig mogelijk de CO₂-emissies kunnen reduceren, niet om een bepaalde techniek te stimuleren’, schreef Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen, eerder dit jaar in een reactie op de kabinetsvisie over waterstof.

‘Voordelen voor het klimaat niet evident’

‘Door waterstof wel van overheidswege financieel sterk te ondersteunen worden hoge kosten gemaakt, maar zijn de voordelen voor het klimaat niet zo evident’, denkt Mulder. Er is simpelweg niet voldoende groene stroom beschikbaar, waardoor waterstoffabrieken deels op fossiele stroom zullen draaien.

Bovendien is groene waterstof volgens het Planbureau voor de Leefomgeving een dure manier om CO₂ te besparen. Bedrijven als Ørsted hopen dat de kosten door het opschalen snel omlaag kunnen worden gebracht, net zoals dat ook met windenergie is gebeurd.

Denen

Critici vragen zich af, of het snel opschalen van waterstof wel verstandig is. ‘Ik denk dat iedereen het er wel over eens is dat wanneer je nu grootschalig waterstof gaan maken, dat ten koste gaat van andere stroomgebruikers en je geen CO₂-winst hebt’, zegt Mulder. ‘De meest doelmatige maatregel om de industrie te stimuleren om meer aan CO₂-reductie te doen, is daarom de belastingen op aardgas ook voor grootverbruikers te vergroten.’

‘Of Nederland haar waterstofambities moet temperen is een zaak van industriepolitiek’, vindt Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool in Groningen. ‘Ik werkte in de jaren tachtig in de windsector en heb gezien hoe die in Nederland, die toen koploper was in de wereld, de nek om werd gedraaid. De Denen gingen daarmee verder. Zelfs op zee. Nu heeft het noeste werk van het kleine Denemarken mondiale impact en haar industrie een wereldmarkt.’

Onderzoek naar koppeling

Visser vindt wel dat als Nederland waterstof snel wil opschalen, het eerst zijn toevlucht in ‘blauwe’ waterstof moet zoeken: waterstof gemaakt van aardgas, waarbij de vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en opgeslagen. ‘Pas na 2030 of zelfs nog later kun je dan de blauwe gaan vervangen door groene. Het CO₂-probleem is dan tenminste getackeld.’

Minister Wiebes van Economische Zaken & Klimaat komt naar verwachting deze week met de uitkomst van een onderzoek naar koppeling van waterstofproductie met wind op zee.

25 november 2020

Wethouder Utrecht: huis van het aardgas afhalen verdient zich nu niet terug

Bron: Financieel Dagblad, Orla McDonald

Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk
Utrechtse wethouder Lot van HooijdonkFoto: Marijn Fidder voor het FD

In het kort

De Utrechtse wethouder Lot van Hooijdonk is een van de belangrijkste bestuurders die beslist over het van het aardgas halen van huizen.

Ze is verantwoordelijk voor het gasloos maken van de Domstad en landelijk praat ze namens alle gemeenten met het ministerie van Wonen.

Ze waarschuwt dat het gasloos maken nu te duur is voor bewoners.

Het kabinet moet snel actie ondernemen, anders komt de belofte niet uit dat een huis van het aardgas afhalen een investering is die zichzelf terugverdient. Gemeenten vreesden al lange tijd voor hoge kosten voor bewoners en zien dit nu bewaarheid worden, waarschuwt Lot van Hooijdonk, wethouder in Utrecht.

Het onderwerp is voor Van Hooijdonk dagelijkse praktijk. De 42-jarige politica zit in haar tweede termijn als GroenLinks-wethouder energie en is in die positie verantwoordelijk voor het gasloos maken van de stad. Dinsdag heeft Van Hooijdonk een brief gestuurd naar de eerste wijk die aan de beurt is, Overvecht-Noord. Daarin staat dat de buurt het beste kan worden aangesloten op een stadswarmtenet en dat ze gaat bekijken hoe dat betaalbaar kan.

Naast wethouder is Van Hooijdonk bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) aanspreekpunt voor dit dossier. Alle acht miljoen huizen moeten in 2050 van het aardgas zijn afgesloten, zo is in 2019 afgesproken in het Klimaatakkoord. Van Hooijdonk overlegt hierover namens andere gemeenten met woonminister Kajsa Ollongren (D66).

Huizen afsluiten van het gas is een klus die tot nu toe extreem traag verloopt. Utrecht en 26 andere gemeenten kregen er in 2018 een financiële rijksbijdrage voor, maar zichtbaar resultaat is toe nu toe nog nergens geboekt. ‘Niet zo raar’, zegt Van Hooijdonk. ‘Veel gemeenten zijn wel aan de slag gegaan, terwijl randvoorwaarden niet snel genoeg zijn rondgekomen’. Dat moet Ollongren ‘met urgentie’ oplossen, vindt ze.

Hoe vindt u dat het gaat met het aardgasvrij maken van huizen?

‘Van de hele energietransitie is het van het aardgas halen van huizen de ingewikkeldste maatregel. Bij het Klimaatakkoord zijn op zich goede afspraken gemaakt over de manier waarop we dat gaan aanpakken. Maar je ziet dat de vrees die we toen al hadden als gemeenten, namelijk dat de maatregelen niet genoeg zijn en in financiële zin onvoldoende optellen, dat dat nu bewaarheid wordt.’

Is betaalbaarheid uw grootste zorg?

‘Het is op vele manieren heel complex en ik zal het niet reduceren tot alleen betaalbaarheid, maar dat staat wel als een paal boven water als de grootste horde. Het gaat met name over woonlastenneutraliteit: het betaalbaar maken voor individuele bewoners om hun huis van het gas te halen.’

Woonlastenneutraliteit, zo heet het principe dat een investering in verduurzaming van een woning wordt terugverdiend, omdat de energierekening omlaag gaat. Het is het uitgangspunt bij het van het aardgas halen van huizen, zo staat in het Klimaatakkoord. Maar voor huiseigenaren is dit vaak helemaal niet haalbaar, concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving afgelopen augustus.

Heeft u hier tijdens het sluiten van het Klimaatakkoord niet genoeg naar gekeken? U onderhandelde zelf mee.

‘Ik ga hier niet het Klimaatakkoord bekritiseren, maar wij hadden toen al de zorg: het is niet genoeg. Destijds hebben we dat besproken met het Rijk. Maar ook niet alles was doorgerekend. Inmiddels weten we veel meer over wat de kosten zijn. Dat wat in het Klimaatakkoord was afgesproken was goed, maar we komen er steeds meer achter dat het niet genoeg is en dat er wat bij moet. Alleen we moeten dat wel organiseren en het liefst het komende halfjaar.’

Is het gelijk houden van de woonlasten na het van het gas halen van een huis iets wat u, met de kennis van nu, nog steeds kunt en wilt beloven?

‘Zeker. Die bal ligt bij de Rijksoverheid. Dit is een transitie. Dat betekent ook dat je het financiële speelveld moet veranderen. Het is maar net hoe je wilt dat de kosten neerslaan. Nu hebben we een systeem waarbij kosten veelal bij eindgebruikers (huishoudens, red.) terechtkomen. Maar voor een deel kan geld ook vanuit de algemene middelen komen. En je kunt kosten voor duurzame infrastructuur ook bij de overheid neerleggen.’

U spreekt de minister van wonen, Kajsa Ollongren vaak. Heeft u het idee dat zij zich hier hard voor maakt?

‘Minister Ollongren heeft ons verzekerd bij het sluiten van het Klimaatakkoord dat als het niet genoeg is, er maatregelen bij zouden komen. Daar houden we haar aan. We zitten in een bijzonder moment, want er zijn verkiezingen in maart. Dus je zit al bijna in de overgangsfase van wat kan er nu nog kan en wat er moet bij een volgend kabinet. Toch heb ik het idee dat de urgentie gevoeld wordt.’

Gelooft u, na twee jaar proefdraaien, zelf nog in het doel om huizen van het aardgas af te halen?

‘Ik heb geen enkele reden om er niet in geloven. Alleen, dit gaat niet overnight, daar is het gewoon veel te ingewikkeld voor. Woonlastenneutraliteit moet met urgentie opgepakt worden, zodat gemeenten dat kunnen regelen voor de eerste wijken die aan de beurt zijn.’

24 november 2020

‘Nauwelijks aanvragen voor subsidie waterstof’

Bron: Financieel Dagblad, Bert van Dijk

Het afgelopen jaar lanceerden bedrijven en consortia, al dan niet in samenspraak met lokale overheden, talrijke plannen voor grote waterstoffabrieken.
Het afgelopen jaar lanceerden bedrijven en consortia, al dan niet in samenspraak met lokale overheden, talrijke plannen voor grote waterstoffabrieken.Foto: Dirk Hol/ANP

In het kort

Het kabinet stelt de bestaande Stimuleringsregeling Duurzame Energie dinsdag voor het eerst open voor ‘groene’ waterstof.

Dat moet de torenhoge Nederlandse waterstofambities een stimulans geven.

Er worden echter nauwelijks aanvragen voor subsidie verwacht.

Bedrijven met waterstofambities schrijven niet massaal in op de subsidieregeling die dinsdag voor het eerst beschikbaar komt voor deze techniek. De inschrijving door bedrijven zal ‘zwaar teleurstellend’ zijn, voorspelt Hans Grünfeld, directeur van de belangenvereniging voor grootverbruikers VEMW. Ook H2-platform, een samenwerkingsverband van meer dan 30 bedrijven en organisaties die zich bezighouden met waterstof, verwacht nauwelijks aanvragen.

Het kabinet stelt de bestaande Stimuleringsregeling Duurzame Energie dinsdag voor het eerst open voor ‘groene’ waterstof om zo de torenhoge waterstofambities een stimulans te geven. Maar de uiteindelijke voorwaarden waaronder bedrijven subsidie kunnen krijgen, zijn onder druk van de Europese Commissie zo sterk uitgekleed, dat er geen rendabele business case te maken is voor de productie van waterstof op basis van groene stroom, zegt Grünfeld.

Ook PBL adviseerde negatief

Bij het maken van waterstof in Nederland zal de CO₂-uitstoot vooralsnog alleen maar toenemen, zo meent Brussel. Dat komt omdat er nog te weinig groene stroom in Nederland beschikbaar is voor die nieuw te bouwen waterstoffabrieken. Die zullen dus vooral gaan draaien op stroom die is opgewekt met aardgas of kolen en dat leidt tot extra CO₂-uitstoot, niet tot de gewenste besparing.

Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) was heel kritisch op de oorspronkelijke plannen van het kabinet om nieuwe waterstoffabrieken te gaan subsidiëren via de Stimuleringsregeling voor Duurzame Energie.

‘Waterstof is noodzakelijke schakel’

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat versoberde daarop de regeling tot het punt dat bedrijven geen interesse meer lijken te hebben. ‘Er zullen nauwelijks aanvragen binnenkomen’, verwacht Alex Kaat van H2-platform.

Als er inderdaad niet of nauwelijks wordt ingeschreven, betekent dat een belangrijke tegenvaller voor het kabinet, dat waterstof een cruciale techniek vindt voor de energietransitie in de komende jaren. ‘Voor een duurzaam energiesysteem dat betrouwbaar, schoon, betaalbaar, veilig en ruimtelijk inpasbaar is, zijn CO₂-vrije gassen onmisbaar. CO₂-vrije waterstof is daarin een noodzakelijke schakel’, schreef Wiebes eerder dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Koppel windparken direct aan de elektrolyser’

Het afgelopen jaar lanceerden bedrijven en consortia, al dan niet in samenspraak met lokale overheden, talrijke plannen voor grote waterstoffabrieken. Gasunie, Engie, Orsted, Shell, Nouryon, BP, het zijn slechts enkele voorbeelden van bedrijven die graag een of meer waterstoffabrieken willen bouwen in Nederland. Alleen al voor de nieuwe fabrieken die nu op de tekentafel liggen, zouden enkele miljarden euro’s aan subsidie nodig zijn. Dat geld gaat er nu niet komen.

De industrie pleit daarom voor andere steunmechanismes, zoals een aanbestedingsmodel dat vergelijkbaar is met de uitrol van wind op zee in Nederland. ‘Dit kan via een directe fysieke koppeling, bijvoorbeeld een offshorewindpark met een elektriciteitskabel die landt bij een elektrolyser in een industrieel cluster als Zeeland of Rotterdam,’ zegt een woordvoerder van het Deense Orsted.

Rotterdamse haven

De Rotterdamse haven is al in overleg met het kabinet over koppeling van een groot extra windpark op zee aan elektrolysers in Rotterdam, bovenop de bestaande plannen voor windparken op zee. Die stroom komt dan niet op het elektriciteitsnet, maar gaat rechtstreeks de elektrolysers in.

Deze week geeft Wiebes in een Kamerbrief meer uitleg over de wind op zee-agenda van Nederland na 2030, waarin ook de uitkomst van een onderzoek naar de mogelijkheden om windenergie op zee en waterstof te combineren wordt gedeeld.

23 november 2020

‘Europese windplannen zijn next level’

Sif maakt funderingen waar windturbines op komen te staan. Meer wind op zee, betekent ook meer turbines voor Sif.
Sif maakt funderingen waar windturbines op komen te staan. Meer wind op zee, betekent ook meer turbines voor Sif.Foto: Foto Bas Czerwinski voor het FD

‘Hartstikke mooi’ vindt Fred van Beers de Europese plannen voor wind op zee. Hij is topman van Sif, een bedrijf dat funderingen maakt voor deze enorme apparaten. ‘Dit vraagt nog een tandje erbij. Van alle partijen.’ Volgens hem zullen bedrijven, overheden en netbeheerder nog meer met elkaar moeten samenwerken om de voorspelde groei aan te kunnen.

De Europese Commissie wil dat over dertig jaar 300 gigawatt aan windenergie van zee komt, zo werd donderdag bekend. Nu staat er zo’n 12 gigawatt in de wateren van de Europese Unie. Brussel heeft berekend dat €800 mrd nodig is om alle vergezichten ook werkelijkheid te laten worden. Dat geld moet voornamelijk uit de markt komen.

Monopiles

Van alle Nederlandse beursfondsen profiteert Sif misschien nog wel het meeste van deze Europese ambities. Althans: de verdiensten van het bedrijf uit Roermond zijn vrijwel een-op-een te koppelen aan windparken. Want de kerntaak van Sif is het maken van ‘monopiles’. Dat zijn kolossale metalen pilaren die rechtop in zee worden neergezet, waar dan een turbine op wordt bevestigd.

Een enorme toename van het aantal gigawatt — één gigawatt kan ongeveer een miljoen huishoudens van stroom voorzien — betekent fors meer werk voor Sif. Want er zullen ook meer turbines moeten worden geplaatst. En dus ook meer monopiles.

13 megawatt

Hoewel? Turbines worden groter. Sif gaat monopiles leveren aan windpark Doggersbank, de eeuwenoude favoriete visplek van de Nederlandse haringvloot. Daar komen over zeven jaar turbines van 13 megawatt. Ter vergelijking: in windpark Amalia, dat drieënhalf jaar geleden werd geopend, staan turbines van 4 megawatt.

Het is dus niet zo dat een verdubbeling van het opgewekte vermogen, ook een verdubbeling is van het aantal monopiles. ‘Misschien is dat een vermenigvuldigingsfactor anderhalf, of 1,3. Maar nog steeds is er groei’, zegt Van Beers. ‘We maken monopiles voor dieper water.’

Samenwerking

Maar de doelstellingen voor de komende drie decennia vragen vooral een grotere samenwerking van alle betrokken overheden en bedrijven, vindt de topman. Europese regels moeten zo veel mogelijk strakgetrokken worden, zodat bijvoorbeeld vergunningen in alle landen hetzelfde zijn.

‘De hele sector moet scherp aan de wind varen om winstgevend te zijn’

Fred van Beers, topman Sif

‘De hele sector moet scherp aan de wind varen om winstgevend te zijn’, zegt Van Beers. ‘Nu staat de rente op nul, dus zijn de financieringslasten laag. Maar dat lijkt me uiteindelijk niet gezond. En met dit soort groeiambities, krijg je ook andere investeringen.’

Opslag

Concreet hoopt hij dat de grote spelers uit de industrie bij elkaar komen. Van Beers: ‘Er zijn bijvoorbeeld maar een paar turbinebouwers, dus zo groot is deze sector ook weer niet.’ Deze bedrijven, samen met de netbeheerders en afgevaardigden van de politiek, zouden zich dan alvast moeten richten op de fysieke knelpunten die de enorme hausse aan elektriciteit hoe dan ook met zich meebrengt. ‘Want de grootste hobbel is het opslag en transport van energie.’

Daar moeten plannen voor komen, vindt Van Beers, en uiteindelijk ook infrastructuur: kabels en leidingen. Waterstof wordt alom gezien als een van de beste manieren om het overschot aan stroom tijdelijk op de slaan. De elektriciteit wordt omgezet in waterstof, wat op een ander moment weer in elektriciteit kan worden omgezet. Daarnaast kent waterstof een scala aan toepassingen in transport en industrie. Alleen: op dit moment is het amper beschikbaar.

Wapenwedloop

Toch vormen de steeds grotere turbines wel degelijk een hoofdbreken. Turbines worden hoger, bladen worden langer, de bouwwerken in hun geheel zwaarder. Het is een soort wapenwedloop voor ingenieurs, waarbij ze stoeien met de natuurkundige grenzen, weet Van Beers. Dat raakt ook Sif.

‘De hijscapaciteit van kranen, de hoogte van de hallen, dat zijn allemaal zaken waar er tegenaan lopen’

Van Beers

‘De diameter van de monopiles wordt groter. Dat maakt de wijze van produceren weer lastiger. De hijscapaciteit van kranen, de hoogte van de hallen, dat zijn allemaal zaken waar er tegenaan lopen. En wij niet alleen, dat geldt voor de hele industrie.’

Next level

Want het scheelt nogal of een hal van vier meter moet worden opgehoogd naar zes meter, of van negen meter naar elf meter, zegt Van Beers. ‘Dat laatste is veel duurder. Maar het zijn wel zaken waar de hele industrie naar kijkt.’ De fabrikanten van bladen, de fabrikanten van gondels, en dus ook de maker van monopiles uit Roermond: allemaal zullen ze doorrekenen hoe ze hun productieproces moeten aanpassen op de nog weer grotere turbines.

En dat hangt toch allemaal samen met de plannen van Europa: 300 gigawatt aan wind op zee in 2050. Van Beers: ‘Dat is echt next level.’

23 november 2020

Consumentenbond slaat plank volledig mis met groene ranking energiebedrijven.

Op Radio 1 legt de Consumentenbond uit dat energieleveranciers vaak geen groene stroom inkopen. Je kunt echter geen groene stroom inkopen, omdat er namelijk geen groene stroombeurs bestaat. Stroom wordt volgens een geschat afnamepatroon ingekocht en de beschikbaarheid van groene stroom laat zich niet voorspellen. Je weet immers niet of en wanneer welke dag, week of maand windmolens draaien en de zon fel schijnt. Voor stabiliteit in de energievoorziening zijn wij dus (vooralsnog) aangewezen op grijze opgewekte stroom die men wel op afroep kan produceren. Zodoende is ervoor gekozen om elektriciteit enkel op beurzen (ENDEX EN APEX) te verhandelen en middels stroomcertificaten de elektriciteit als groen of grijs te kwalificeren.

Elk energiebedrijf staat onder controle van de Overheid middels de ACM (Autoriteit Consument en Markt). De ACM controleert hoeveel certificaten er door maatschappijen worden ingekocht en hoeveel stroom er wordt verkocht als “groene” energie. De meest recente en officiële publicatie van de ACM dateert van 20-08-2020 waarbij de ACM stelt: “energieleveranciers hebben stroometiket groene stroom nu allemaal op orde” (Bron).

In Nederland wordt door energieleveranciers aan consumenten tenminste 70% verkocht als zogenaamde groene/duurzaam opgewekte energie. Echter de opwekcapaciteit van duurzame energie is fors minder dan 20% (Bron). Naked Energy volgt de publicaties van CBS (het officiële cijfer dat de Overheid verstrekt) en koopt net zoveel “groene certificaten” in als dat er wordt opgewekt. Maximaal groen dus! Als je daarmee een 2.7 scoort, dan zegt dat genoeg over de kwaliteit van de publicatie van de Consumentenbond. Meer groene certificaten inkopen geeft dus slechts de schijn dat de klant groen geleverd krijgt. Los hiervan drijft het slechts onnodig de prijs op voor de consument. Geen enkele euro van de prijs van groene certificaten vloeit terug naar investeringen in groene energie. Slechts de handelaren in certificaten worden er financieel wijzer van. Aan dit alles werken wij dus niet mee.

Openheid van zaken… dat is waar Naked Energy voor staat en dat verklaart meteen onze naam.

12 november 2020

Vergroening hapert omdat derde van stroomnet nieuwe zonneweides niet aan kan

Bron: Financieel Dagblad, Carel Grol

Zonneweides zijn een steeds groter landschapsbepalend element.
Zonneweides zijn een steeds groter landschapsbepalend element.Foto: Morris Bennis/ANP

In het kort

In grote delen van het Nederlandse platteland is het elektriciteitsnet vol of bijna vol.

Er is veel meer elektriciteit uit wind en vooral zon bijgekomen, mede door aantrekkelijke subsidies.

Bedrijven die een nieuwe aansluiting willen, of de bestaande willen uitbreiden, moeten maanden wachten.

Netbeheerders gaan het komende decennium tientallen miljarden investeren in het stroomnet.

Bijna een derde van het Nederlandse stroomnet is zo vol dat er nauwelijks of geen capaciteit is om zonneweides aan te sluiten. Ook bedrijven die willen uitbreiden en dus meer stroom gaan gebruiken, krijgen geen aansluiting. Honderden aanvragen blijven liggen, wat leidt tot lange wachttijden.

Dat zeggen netbeheerders tegen het FD. Zonnepanelen wekken stroom op zonder dat er CO2 vrijkomt, dat is belangrijk voor de klimaatdoelen. Nederland moet vergroenen. Tien jaar geleden hadden alle zonnepanelen in Nederland samen een zogeheten vermogen van 90 megawatt. Eind 2019 was dat ruim 6900 megawatt.

Vooral op het platteland zijn er nu opstoppingen in het stroomnet. Bij Enexis, eigenaar van het stroomnet in Groningen en Drenthe, is de situatie het meest nijpend. Bijna driekwart van de hoogspanningsstations heeft beperkte of geen mogelijkheid meer om zonneweides aan te sluiten.

Knelpunten

Bij Liander kampt zo’n 20% van de hoogspanningsstations met krapte, en zit 35% van de zogeheten middenspanningstations vol. Vorig jaar stelde het bedrijf al dat vertraging voor nieuwe netwerkaansluitingen, of uitbreidingen van bestaande aansluitingen, kan oplopen tot 48 weken: dat is dus bijna een jaar wachttijd.

‘We kunnen in de uitbreiding van het elektriciteitsnet de toename van de stroomproductie niet bijbenen’

Martin Martens, manager energietransitie van Enduris

Dat komt doordat sinds 2016, vanwege subsidies, vooral in landelijke gebieden veel zonneweides zijn bijgebouwd. Zo’n zonneweide kan in een jaar worden gebouwd, en dan stroom leveren aan het net. Sinds 2018 zien Enexis en Liander knelpunten op het stroomnet, iets dat tot dan toe niet bestond.

‘Groeipijn’

‘In het Friese Oosterwolde zijn de laatste jaren zoveel panelen bijgekomen, dat die op zonnige dagen 96 megawatt aan groene stroom kunnen opwekken’, zegt Daan Schut, de chief transition officer van Liander. ‘Het lokale verbruik is daar op een zondag 8 megawatt. De opwek is dus het twaalfvoudige. Die elektronen moeten wel ergens heen.’ Dus moet het stroomnet worden uitgebouwd. Dat betekent mogelijk meer stroomkabels naar de Randstad, waar het gebruik hoger is.

Lees ook:

Zeeland worstelt met gebrek aan stroomkabels

Dit speelt in het noorden, in de Achterhoek, in Noord-Limburg, in de kop van Noord-Holland: overal in Nederland zijn netten vol of bijna vol. De zonnedaken en windturbines die er de laatste jaren zijn bijgekomen op Schouwen-Duiveland en Tholen produceren meer elektriciteit dan er in dat gebied wordt afgenomen. Netbeheerder Enduris spreekt van ‘groeipijn’: ‘We kunnen in de uitbreiding van het elektriciteitsnet de toename van de stroomproductie niet bijbenen’, zei Martin Martens, manager energietransitie van Enduris, dit najaar.

Snelweg

Dus moet er in Zeeland een extra aansluiting komen op het landelijke hoogspanningsnet. Dat is van Tennet. Maar zo’n aansluiting kan zomaar zeven jaar duren. Planning, inspraak, bezwaar, bouw: de aanleg van een hoogspanningskabel wordt wel eens vergeleken met de bouw van een snelweg. Enduris is er al twee jaar mee bezig, en verwacht de aansluiting niet eerder dan 2025. Tot die tijd is er geen garantie dat nieuwe groene projecten aangesloten kunnen worden.

Tennet heeft ook zogeheten provinciale stations. Op ongeveer een derde van die stations is er amper nog ruimte voor nieuwe aansluitingen, zegt operationeel directeur Ben Voorhorst. Er kan minder dan 50 megawatt worden aangesloten. ‘Terwijl de grootste zonneweides die nu in de planning staan, 200 megawatt moeten gaan opwekken.’

Verdeelstations

De oplossing bestaat voor een belangrijk deel uit de uitbouwen van het stroomnet. Nederlandse netbeheerders gaan daarom het komende decennium tientallen miljarden investeren. Er moeten tienduizenden kilometers aan stroomkabels komen, en tientallen verdeelstations, die vaak een paar hectare beslaan.

‘We gaan de volgende tien jaar net zoveel doen als we de afgelopen veertig jaar hebben gedaan’

Daan Schut, chief transition officer van Liander

‘We gaan de volgende tien jaar net zoveel doen als we de afgelopen veertig jaar hebben gedaan’, zegt Schut. Niettemin verwacht hij dat het capaciteitsprobleem voorlopig nog niet van de baan is: tegenover de uitbreiding van het stroomnet, staat de komst van steeds meer zonnepanelen en windturbines.

25 gigawatt

In een van Lianders scenario’s vervijfvoudigt het stroomverbruik in Amsterdam. Dat heeft te maken met de datacenters, maar ook doordat huizen van het gas af gaan. Dus is er infrastructuur nodig: kabels en duizenden transformatorkastjes.

Voorhorst vreest zelfs dat plannen voor groene energie, en zeker voor zon, daarin doorschieten. Nederland is nu ingedeeld in 30 regio’s die allemaal hun eigen energiestrategie moeten uitstippelen. Windturbines stuiten op verzet, dus hebben regio’s veel liever zon.

‘Volgens de plannen die er nu liggen, zullen we over tien jaar, op een mooie zomerdag, 25 gigawatt stroom opwekken met zonnepanelen’, zegt Voorhorst. ‘Nu is dat 12 gigawatt.’ Daarmee dreigt het stroomnet dus weer te ruim te worden uitgebouwd. Uiteindelijk betalen huishoudens via belastingen op de energierekening voor een belangrijk deel deze infrastructuur.

Zesbaansweg

Netbeheerders kijken ondertussen naar zogeheten ‘slimme oplossingen’ om de huidige krapte te voorkomen. Zo wordt het stroomnet altijd aangelegd op maximaal gebruik. Tennet, Liander en Enexis trekken steevast de parallel met snelwegen. Moet je wel een zesbaansweg aanleggen, als je weet dat die maar twee keer per jaar volledig wordt gebruikt? In het geval van een zonneweide wordt er een kabel neergelegd die de opgewekte stroom kan afvoeren, op het moment dat alle panelen voor 100% stroom maken.

Lees ook

Tekort aan stroomkabels voor grote hoeveelheid zonne-energie

Alleen is het maar een paar keer per jaar dusdanig zonnig dat alle panelen maximaal produceren, berekende Liander. Door zonneweides aan te sluiten op 70% van het opgesteld vermogen, gaat maximaal zo’n 3% van de energie verloren.

Maar op dit moment zijn netbeheerders wel verplicht om investeringen in de netten te doen die de piekcapaciteit aankunnen. Oftewel: een zesbaansweg. Dat zijn ‘hele dure investeringen in de netten die relatief weinig opleveren’, stelt Liander. Met bijvoorbeeld de 70%-aansluiting, hopen netbeheerders op termijn miljarden te besparen.

Investeringskosten lopen hard op

Netbeheerders investeren nu al meer dan ooit tevoren. De bestedingen van Tennet, dat ook groot is in Duitsland, kwamen in het eerste halfjaar uit op €1,4 mrd. Dat was €300 mln meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

En in het eerste halfjaar bedroegen de investeringen van Alliander en Enexis zo’n €800 mln. Ter vergelijking: in 2010 investeerden ze samen in een heel jaar net iets meer dan €710 mln.

Netbeheerders hebben daarom eigenlijk constant geld nodig. Maar ze kunnen de tarieven maar beperkt verhogen. Daarom hebben ze aangeklopt bij de aandeelhouders: het rijk, provincies, en enkele gemeentes.

Uiteindelijk komen alle kosten bij de burger terecht. Enexis’ commentaar de voorbije zomer geldt daarom voor alle netbeheerders: ‘Met man en macht werken we aan voldoende capaciteit in onze netten. (…) Een goede balans tussen de betaalbaarheid voor burgers en bedrijven en de financierbaarheid van de energievoorziening is een aandachtspunt voor de komende jaren.’

6 november 2020

Meer of minder klimaat in crisistijd?

Bron: NRC Handelsblad, Marike Stellenga & Erik van der Wall

Windmolenpark in aanbouw bij het Groningse Meeden. Door de coronacrisis is een discussie ontstaan over het gewenste tempo van de energietransitie.
Windmolenpark in aanbouw bij het Groningse Meeden. Door de coronacrisis is een discussie ontstaan over het gewenste tempo van de energietransitie.Foto Corné Sparidaens 

Moeten we middenin de corona-crisis een pas op de plaats maken met het klimaatbeleid? En het behoud van werkgelegenheid even centraal zetten? Of is dit juist het moment om méér te doen tegen de klimaatverandering, en de economie duurzamer en moderner te maken?

Die vragen kwamen woensdag en donderdag vaak terug in de Tweede Kamer, toen hier werd gesproken over de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

„Iedereen ziet dat we ons productiemodel moeten vernieuwen,” zei minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat). Want: „De moleculen vliegen ons om de oren en alle grondstoffen weten we in vrij hoog tempo tot afval te verwerken. Dat gaat niet goed.” Wiebes zag daar onder politieke partijen een zekere consensus over. „Los van links-rechts.”

De vraag is alleen: in welk tempo? Vooral VVD en CDA zijn bezorgd dat van bedrijven te veel wordt gevraagd en ze te weinig worden geholpen. De werkgelegenheid moet niet nog verder in de knel komen door corona. Kijk maar eens hoe moeilijk bedrijven als Tata Steel en VDL Nedcar het hebben. Als het kabinet bedrijven niet extra helpt, zoals met subsidies voor investeringen, zei Dennis Wiersma (VVD) „hebben we niet eens meer bedrijven om überhaupt groen en energieneutraal te worden in de toekomst”.

Bedrijven ‘wegpesten’

Zijn partijgenoot Mark Harbers waarschuwde tegen een intensiever klimaatbeleid, ook al zijn de doelstellingen van het klimaatakkoord voor 2030 dan ver weg. „Ik denk niet dat dit het tijdperk is om er nu alweer met aanvullende maatregelen overheen te gaan die nog niet in het Klimaatakkoord stonden. Dan pest je de bedrijven echt weg uit het land.” En Agnes Mulder (CDA) pleitte voor meer hulp bij het verduurzamen: „Veel bedrijven hebben flink moeten interen op hun reserves. En wij vragen investeringen van ze, en leggen ze een heffing op.”

Vorige week liet het Planbureau voor de Leefomgeving nog zien dat er nog veel moet gebeuren voor de voorgenomen CO2-reductie van 49 procent in 2030 een feit is. In de doorrekening kwam de vaste kabinetsadviseur op 34 procent minder broeikasgassen. Als het ook het recente beleid wordt meegenomen, zoals bijvoorbeeld de veelbesproken CO2-heffing voor de industrie, dan is naar schatting 40 procent mogelijk.

Is dat aanleiding om, ondanks de crisis, nog harder te lopen? Ja, zegt parlementariër Tom van der Lee (GroenLinks). „Elke keer is het argument: we pakken niet door (…) omdat we op korte termijn met economische knelpunten zitten. We lopen nu hard tegen de realiteit aan. Kijk naar de stikstofcrisis! We hebben te lang gewacht en dat zie je ook in de klimaatcrisis.”

Volgens Van der Lee is een economische transitie – de verduurzaming van bedrijven – juist nodig om de werkgelegenheid te garanderen, omdat „de verdienmodellen uit het verleden op houden te bestaan”. Hij waarschuwde ervoor grote bedrijven te zien als slachtoffers. „Die kunnen prima voor zichzelf zorgen.”

Minister Wiebes koos in de Kamer een tussenpositie. Aan zijn ambitie om de 49 procent CO2-reductie te halen hoeft in elk geval niemand te twijfelen. „Ik ben het punt voorbij dat dit ter discussie staat. Maar we moeten het wel halen tegen de laagst maatschappelijke kosten.”

Volgens Wiebes is het onmiskenbaar dat er extra actie nodig is om de klimaatdoelen te halen. „Alle kabinetten tussen nu en 2030 zullen steeds constateren: oh jee, de wereld is weer veranderd. Soms valt het mee, soms valt het tegen”.

Maar over de precieze aanpak hield hij zich op de vlakte. Hij raadt vooral een volgend kabinet aan om extra maatregelen te nemen. Alles dichtspijkeren voor een volgend kabinet doet hij niet. „Dat is niet hoffelijk.”

5 november 2020

Aardgasvrij maken van huis mag bewoner niets kosten

Bron: Financieel Dagblad, Orla McDonald

De overheid moet garanderen dat de woonlasten gelijk blijven voor bewoners van wie het huis van het aardgas afgaat. De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie aangenomen van de SP die daartoe oproept. Dit kan leiden tot vertraging in de toch al moeizaam operatie om miljoenen woningen de komende jaren van het aardgasnet los te koppelen, een afspraak uit het Klimaatakkoord.

Woonminister Kajsa Ollongren (D66) kan de wens van de Kamer naast zich neerleggen, maar dat is niet gebruikelijk bij moties die door een meerderheid zijn aangenomen. Naast de SP waren regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie voor. Ollongrens eigen partij D66 stemde tegen.

Een overheidsgarantie betekent dat investeringskosten moeten zakken of dat de overheid betere regelingen moet treffen om een eventueel teveel aan stijgende woonlasten te compenseren. Dat is niet van de ene op de andere dag voor elkaar te krijgen. Alle huizen in Nederland, ruim zeven miljoen, moeten in Nederland van het aardgas af zijn in 2050. Er lopen enkele proefprojecten, maar daar zit weinig schot in.

Het standpunt van het kabinet is dat de totale woonlasten, zoals de hypotheek of huur en energierekening, niet stijgen nadat een huis aardgasvrij is gemaakt. Het idee is dat de energierekening zakt na een investering in andere warmtebronnen, bijvoorbeeld, zonnepanelen en een warmtepomp. Die kostendaling en investering zouden, verspreid over een aantal jaar, tegen elkaar opwegen.

De Kamer vindt deze ‘woonlastenneutraliteit’ nu te vrijblijvend geregeld. Temeer daar het gasvrij maken van huizen niet gemakkelijk en vaak duur blijkt te zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving constateerde in augustus dat gelijkblijvende lasten voor huiseigenaren ‘vaak niet haalbaar’ zijn. De koepel van woningcorporaties Aedes zegt: ‘het aardgasvrij maken van woningen betaalt zich in de meeste gevallen niet terug. Deze motie laat eens te meer zien dat de overheid moet bijspringen.’