Nieuws
vers van de pers

2 april 2021

Inspraak is niet bedoeld om weerstand te overwinnen

Bron: NRC Handelsblad

Windenergie Burgers kunnen beter betrokken worden bij besluitvorming over windmolens. Maar dan moet je die inspraak wel anders organiseren, vindt onderzoeker Helena Solman.

Tegenstanders van windpark De Drentse Monden en Oostermoer probeerden via de rechter de bouw stil te leggen.
Tegenstanders van windpark De Drentse Monden en Oostermoer probeerden via de rechter de bouw stil te leggen.Foto Sem van der Wal/ANP 

Voor de een betekent windenergie een transitie naar een groenere wereld, voor de ander een landschap vol lelijke dingen. Inspanningen om de kloof tussen beide visies te dichten leveren tot nu toe alleen maar meer weerstand op. De vraag is hoe burgers op een betekenisvolle manier invloed kunnen uitoefenen op de windenergieagenda.

Veel mensen denken bij inspraak aan zo’n door de gemeente georganiseerde bijeenkomst of informatieavond waarbij burgers op de hoogte worden gesteld van de plannen voor windmolenparken. Maar uit een uitgebreide literatuurstudie die ik met enkele collega’s heb gedaan blijkt dat er allerlei andere en meer aansprekende manieren zijn om betrokkenheid te stimuleren.

Helena Solman onderzoekt aan de Milieu Beleid Groep van de Universiteit Wageningen participatie en digitalisering in windenergie.

De laatste jaren zien we steeds meer samenwerkingsverbanden en lokale projecten op het gebied van energie die zijn opgezet met of door burgers. Zulke ontwikkelingen zijn niet alleen efficiënter, omdat er minder tijd en geld wordt besteed aan compensatie of jarenlange inspraakprocedures, maar ze leveren vaak ook milieuvriendelijke ontwerpen op, als gevolg van betere beslissingen over hoe en waar windenergie moet worden gewonnen. Een verschil tussen dit soort collectieve inspraak en de typische inspraakbijeenkomsten is dat gewone burgers rechtstreeks zeggenschap hebben over de ontwikkelde projecten.

Acceptabele locatie

Over welke zaken moeten burgers inbreng hebben voor zinvolle betrokkenheid? Bij inspraakbijeenkomsten gaat de meeste aandacht vaak naar het vinden van een acceptabele locatie. Het esthetische aspect en de keuze tussen verschillende windturbinemodellen komen meestal niet aan bod. Kortom, burgers kunnen ja of nee zeggen tegen een plan, maar zijn niet betrokken bij de invulling ervan.

Op het Noorse eiland Smøla kwamen de burgers bijeen om te bespreken hoe ze de lokale vogelpopulaties konden beschermen. Ze besloten om een van de wieken van elke windturbine zwart te verven om botsingen met vogels te voorkomen. Door deze verandering vliegen er 70 procent minder vogels tegen de windturbines aan. Zo’n soort aanpak is in Nederland nog vrij zeldzaam.

Voor een duurzame en rechtvaardige transitie is openheid vereist

Tot op zekere hoogte gebeurt het al wel zo in het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, waarin individuele regio’s zelf kunnen bepalen op welke manier ze energietransities doorvoeren. Er wordt een evenwicht gezocht tussen de omgevingsbestemming voor duurzame energieprojecten en publieke acceptatie. Wat vaak niet aan bod komt, is hoe de ontwerpen van windturbines, zonnepanelen en andere technologieën kunnen worden aangepast zodat ze beter in het landschap passen en wat er kan worden gedaan aan kwesties als geluidsoverlast en tegengehouden licht. Samenwerking tussen producenten en burgers kan leiden tot oplossingen die niet alleen technisch efficiënt zijn, maar ook maatschappelijk gewenst en milieuvriendelijk.

Virtual reality

Bij inspraak kunnen ook digitale middelen worden ingezet. En dat gaat veel verder dan een online-inspraakavond organiseren. Denk aan de mogelijkheden van virtual reality, apps om feedback over de exploitatie van windmolenparken te verzamelen bij omwonenden, websites die windenergieaandelen aanbieden en socialemediakanalen waarop crowdfunding voor en discussies rondom ontwikkelingen van windenergie worden georganiseerd.

Al deze virtuele manieren van betrokkenheid kunnen worden gezien als inspraakplatforms. Samen hebben ze merkbare invloed op hoe en waar we onze energie ontwikkelen, ook al zijn deze vormen van inspraak soms informeel of niet openbaar. Zeker nu, in de coronacrisis, moeten we op zoek gaan naar mogelijkheden om burgers op een veilige en zinvolle manier te betrekken bij de ontwikkeling van duurzame energie.

Goede inspraak is veel meer dan het overwinnen van weerstand. Voor een duurzame en rechtvaardige transitie is openheid vereist en actieve betrokkenheid van burgers, die ook zelf baat hebben bij de nieuwe energie-infrastructuur. Zo wordt de energietransitie een echte stap naar een groenere economie, waarin maatschappelijke dialoog de basis vormt voor de genomen beslissingen.

29 maart 2021

Noord Brabant wil wel een kerncentrale

Bron: NRC Handelsblad, Arjen Schreuder
De provincie Noord-Brabant wil kernenergie binnen de provincie mogelijk maken. Vanaf 2030 zou die centrale stroom kunnen leveren.
De provincie Noord-Brabant wil kernenergie binnen de provincie mogelijk maken. Vanaf 2030 zou die centrale stroom kunnen leveren.Foto Katrijn van Giel 

Noord-Brabant wil de opwekking van kernenergie binnen de provincie mogelijk maken. Overheden, ondernemers en onderzoekers moeten zich samen inzetten voor de bouw van een kerncentrale of een aantal kleinere centrales, die tussen 2030 en 2050 stroom zouden kunnen leveren, heeft de provincie donderdag bekend gemaakt.

Belangrijk argument voor nader onderzoek naar kernenergie is de „slag om de ruimte” in de provincie, aldus de Brabantse gedeputeerde Eric de Bie (Energie, Forum voor Democratie). De vraag naar kernenergie is volgens hem „uit nood geboren”. De plaatsing van windturbines en de aanleg van zonneparken nemen de komende jaren zo veel ruimte in beslag, dat deze ten koste gaat van „andere belangen”, aldus De Bie, zoals de landbouw en de vrijetijdsindustrie. „Ik kan me voorstellen dat er op lange termijn een afweging wordt gemaakt om de wellicht hogere kosten van kernenergie te verkiezen boven de ruimte die wind- en zonne-energie in beslag nemen.”

Een locatie voor een of meerdere kerncentrales is er nog niet. Het provinciebestuur heeft onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van kernenergie in Brabant. Uit dat onderzoek, verricht door TNO en door het nucleaire bedrijf NRG, blijkt dat een eventuele kerncentrale in Brabant op zijn vroegst vanaf 2030 stroom zou kunnen leveren. De centrale zou kunnen bijdragen aan de klimaatdoelen. Gedeputeerde Staten hadden vorig jaar in het bestuursakkoord met VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant al laten weten dat kernenergie „welkom” is: „We kennen geen taboes in de energiemix.”

Veel obstakels

Er zijn nog veel andere obstakels, zo blijkt uit het onderzoek. Het Rijk bepaalt waar eventueel een nieuwe kerncentrale wordt gebouwd en heeft daarvoor drie andere mogelijke locaties buiten Noord-Brabant aangewezen: de Maasvlakte bij Rotterdam, het Zeeuwse Borssele, waar nu ook al een kerncentrale staat, en de Eemshaven in Groningen, al ziet die provincie dat niet zitten. De provincie Brabant zou bij het Rijk moeten pleiten voor óók een mogelijke locatie in Brabant.

Als eerste voordeel van kernenergie ziet de provincie de „stabiliteit” ten aanzien van leveringszekerheid van stroom. „Zon en wind zijn niet altijd beschikbaar”, stelt de provincie. In het onderzoek van TNO en NRG wordt als voordeel verder genoemd dat kernenergie veel minder ruimte in beslag neemt dan windparken en zonneparken. „Het directe ruimtegebruik voor een kerncentrale is in vergelijking tot zonne-energie honderd tot duizend maal kleiner, als uitgegaan wordt van dezelfde hoeveelheid geproduceerde elektriciteit”, aldus het rapport.

De provincie in een toelichting: „Naarmate de energietransitie verder gevorderd is, zal de beschikbaar ruimte voor zonne- en windenergie schaarser worden. Juist voor dat laatste deel van de energietransitie verwachten we dat kerncentrales een uitkomst kunnen bieden om de doelen richting 2050.”

Hoge kosten

De kosten van kernenergie zijn erg hoog. Niet alleen gaat het om grote investeringen, ook is het lastig deze terug te verdienen als de kerncentrale niet volcontinu stroom kan produceren. Dat laatste is het geval als Nederland óók veel stroom betrekt van zonne- en windenergie. Wel zouden de opbrengsten van kernenergie verhoogd kunnen worden, aldus de onderzoekers, als er ook warmte kan worden geleverd, of waterstof wordt geproduceerd.

24 maart 2021

Gemeenten hebben geld uit energiebedrijven opgemaakt

Bron NRC Handelsblad, Paul Luttikhuis
Eneco werd zo’n anderhalf jaar geleden verkocht. De opbrengst van andere grote energiebedrijven is inmiddels door lokale overheden uitgegeven.
Eneco werd zo’n anderhalf jaar geleden verkocht. De opbrengst van andere grote energiebedrijven is inmiddels door lokale overheden uitgegeven.Foto Olaf Kraak/EPA 

Nederlandse gemeenten hebben inkomsten uit de verkoop van hun aandelen in energiebedrijven gebruikt voor extra uitgaven. Het extra geld ging in de tien jaar na de verkoop zowel naar sociale voorzieningen als naar de exploitatie van bouwgrond en verbetering van de infrastructuur.

Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de 262 gemeenten die dit soort aandelen hebben verkocht, voor in totaal ongeveer 11 miljard euro, in de jaren na de verkoop hun uitgaven meer hebben verhoogd dan gemeenten die niet over zo’n extra potje beschikten. Het geld is niet gebruikt voor verlaging of minder snelle stijging van gemeentelijke belastingen.

Met de verkoop van de energiebedrijven probeerde de Europese Unie de markt voor elektriciteit en gas te liberaliseren. Landen konden zelf bepalen hoe ver ze wilden gaan bij de invoering van marktwerking in de energievoorziening. Nederland hoorde bij de voorlopers en in de jaren na de millenniumwisseling werden de meeste energienutsbedrijven verkocht. Eneco was recentelijk een van de laatste grote energiemaatschappijen die in private handen is gekomen. Die verkoop leverde 44 gemeenten, waaronder Rotterdam en Den Haag, ongeveer 4 miljard euro op.

Sociale voorzieningen

Het CPB becijferde dat gemeenten tussen ongeveer 2005 en 2019 van iedere euro die ze aan de verkoop hadden verdiend, jaarlijks ongeveer 6 cent uitgaven aan sociale voorzieningen en nog eens 7 cent aan aanleg van woonwijken, investeringen in wegen, openbaar vervoer en aanpak van milieuvervuiling. In de laatste jaren na de verkoop ging het meeste geld naar sociale voorzieningen.

Het CPB ziet geen aanwijzingen dat gemeenten het geld hebben gebruikt als een ‘eenmalige meevaller’ en bijvoorbeeld hebben ingezet voor een nieuw gemeentehuis of andere bijzondere projecten. Ook is amper geld opzij gezet om van rente of rendementen uitgaven structureel te verhogen.

16 maart 2021

VERKIEZINGEN & VERDUURZAMING

Om in 2050 aan de afspraken van het klimaatakkoord over de verduurzaming van de gebouwde omgeving te voldoen, moet het verduurzamingstempo omhoog. Waar liggen volgens uw partij de twee hoogste prioriteiten en waarom?

Bron: Vakbeurs Energie

Vakbeurs Energie vroeg de Top 9 van politieke partijen (uitgangspunten: het gemiddelde van het huidige aantal Tweede Kamerzetels en de februaripeiling van Ipsos) een antwoord op de volgende vraag:

Waar liggen volgens uw partij de 2 hoogste prioriteiten met betrekking tot de verduurzaming van de gebouwde omgeving en waarom?

Zeven partijen reageerden. Hopelijk helpen hun antwoorden u bij uw keuze;


“Inzetten op ontzorgen en opleiden”

“Draagvlak: De VVD wil betaalbaar klimaatbeleid. Daarom moeten mensen worden meegenomen en ontzorgd bij het verduurzamen van woningen. Om de reden is het warmtefonds ingericht waarbij huiseigenaren financieel worden ondersteund bij verduurzaming. De VVD wil ook dat he MKB toegang krijgt tot het warmtefonds. Daarnaast wilt de VVD verduurzaming van de eigen woning fiscaal aftrekbaar maken van het Eigen Woning Forfait.”

“Opleiden van voldoende technisch geschoold personeel voor de energietransitie. Daarom zet de VVD in het verkiezingsprogramma in op meer bekostiging voor bèta en technische studies op universiteiten, hogescholen en het middelbaar beroepsonderwijs. Mbo-instellingen ontvangen extra geld als ze studenten opleiden voor sectoren waar te weinig arbeidskrachten voor zijn.”


“Stapsgewijs woningen verduurzamen”

“We zien op dit moment een eenzijdige focus op het volledig aardgasvrij maken van wijken binnen een paar jaar. Dit leidt in sommige situaties tot onnodig hoge kosten. In het Klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen om in de periode tot 2030 1,5 miljoen woningen te verduurzamen. Deze doelstelling achten we niet realistisch en ook niet nodig. Hier worden immers doel en middel door elkaar gehaald. Het doel is de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in de gebouwde omgeving en een reductie van het aardgasverbruik. Al bij het Klimaatakkoord hebben wij daarom ingezet op stapsgewijze verduurzaming van woningen, waarbij inwoners zelf keuzes kunnen maken en waarbij aangesloten wordt op natuurlijke vervangingsmomenten.”

“Wij zien liever dat inwoners zelf aan de slag kunnen met de verduurzaming van hun woning. Denk bijvoorbeeld aan isolatie, warmtepompen, hybride cv-ketels, enz. We willen hen daarbij helpen door het verruimen van regelingen die investeringen in isolatie, verduurzaming of energiebesparing in je eigen huis haalbaar en betaalbaar maken. Ook willen wij een stimuleringsprogramma voor de introductie van hybride cv-ketels voor de verwarming van woningen die naast de wijkgerichte aanpak kan bestaan en daarmee niet concurreert. We zoeken naar een vorm van normering zodat de hybride ketel een belangrijke rol speelt in de vervangingsmarkt voor nieuwe cv-ketels.”

“Naast de middelen om zelf investeringen te doen is het ook nodig dat inwoners duidelijkheid hebben over wat in hun situatie de beste maatregelen zijn en hoe zij die ook daadwerkelijk kunnen nemen. Daarom willen we dat er een klimaatloket komt waar zowel inwoners en ondernemers op één centrale plek terechtkunnen voor betrouwbaar advies op maat voor de voor hen beste en meest rendabele investeringen.”

“Daarnaast is het belangrijk om ook in de huursector stappen te zetten. Ongeveer dertig procent van de woningvoorraad is in bezit van woningcorporaties. Dat biedt een unieke kans om grote verduurzamingsprojecten te realiseren, waarbij het mes aan twee kanten snijdt: verduurzaming en een verbetering voor mensen met een kleine beurs. Dat betekent echter wel dat de verhuurdersheffing afgeschaft moeten worden en dat een deel van het geld moet worden ingezet voor verduurzaming van hun woningvoorraad.”


Vol inzetten op isolatie, warmtepompen en warmtenetten”

“D66 wil dat iedereen schoon, comfortabel en betaalbaar kan wonen. Daarom trekken we miljarden uit om verduurzaming goedkoper te maken: we zetten vol in op isolatie, warmtepompen en warmtenetten. Met onze plannen kunnen maar liefst 3,3 miljoen extra woningen worden verbeterd. Ook wordt er tot 2030 jaarlijks 1,1 miljard euro bespaard op de energierekening van mensen thuis. Dat is heel belangrijk. Zo  zetten we stappen op weg naar schonere woningen en doen we een flinke schep bovenop de inzet in het Klimaatakkoord.”

“Daarnaast wil D66 meer gebruik maken van innovatie en schonere bouwconcepten. Op dit moment wordt nog te ouderwets gebouwd: steentje voor steentje en met vervuilende vrachtwagens die af en aan rijden op de bouwplaats. Dat kan schoner. Grootschalige houtbouw kan een fikse CO2-besparing opleveren en met het prefabriceren van huizen in de fabriek kan er snel en schoon worden doorgebouwd, zonder bouwmaterialen of tijd te verspillen.”


“Er komt een isolatieprogramma”

“We gaan miljoenen woningen verduurzamen. Bijvoorbeeld door te isoleren en zonnepanelen aan te leggen. Dat is goed voor het klimaat en de energierekening.”

“Zoals wij in de Green New Deal voor Nederland hebben beschreven zetten we in op isolatie. Energie die we besparen, hoeven we ook niet op te wekken. Er komt een isolatieprogramma (€4 miljard uit het Klimaatfonds) zodat mensen subsidie krijgen voor het isoleren van hun huis. Ook wordt het Warmtefonds uitgebreid waardoor het heel goedkoop en aantrekkelijk wordt voor iedereen, ongeacht inkomen, om geld te lenen om te isoleren.”

“We schaffen de verhuurdersheffing af, in plaats daarvan moeten woningcorporaties investeren in het bouwen van huizen en het verduurzamen van woningen. Dat betekent dat bestaande woningen sowieso geïsoleerd worden, en afhankelijk van de wijkplannen kan het ook betekenen dat er bijvoorbeeld een warmtepomp wordt geplaatst. Op die manier wonen mensen in sociale huurwoningen comfortabeler en wordt de energierekening lager.”

“Particuliere verhuurders worden verplicht te isoleren. We gaan (hybride) warmtepompen verplichten waar en wanneer dat kan zodat er minder aardgas gebruikt hoeft te worden voor het opwarmen van huizen.”


“Leidende rol voor de overheid

“Groen doen moet lonen. Het is moeilijk om groen te doen als je rood staat. Met een hogere energiebelasting voor grote gebruikers en een hogere korting voor normale huishoudens, gecombineerd met subsidies voor woningisolatie stimuleren we vergroening en houden tegelijkertijd de kosten voor gewone gezinnen in de hand.”

“Corporaties lopen voorop bij de verduurzaming van huizen. Corporaties die veel investeren in verduurzaming worden daartoe fiscaal gestimuleerd. Het aardgasvrij maken van sociale huurwoningen verloopt voor de bewoner woonlastenneutraal. Om dat mogelijk te maken mogen corporaties hun verhuurdersheffing inzetten voor verduurzaming.”

“Voortzetten salderingsregeling huiseigenaren. In aangepaste vorm, zodanig dat verduurzaming voldoende gestimuleerd wordt, de kosten beperkt blijven en het elektriciteitsnet niet overmatig belast wordt.”

“Overheid ondersteunt bij verduurzaming. Huishoudens die hun huizen niet zelf kunnen verduurzamen worden daarvoor niet gestraft, maar geholpen. De overheid neemt de leidende rol in de financiering en uitvoering van de verduurzaming. Niet alleen individuele bewoners, ook buren, straten, VvE’s, buurten en wijken, corporaties en  coöperaties, en andere collectieven krijgen hulp om de juiste oplossing voor hun huizen te vinden. Bijvoorbeeld door een ontzorgloket dat ondersteunt bij het isoleren en verduurzamen van hun woning.”


“Goed isoleren is no-regret maatregel”

Om in 2050 aan de afspraken van het klimaatakkoord over de verduurzaming van de gebouwde omgeving te voldoen, moet het verduurzamingstempo omhoog. Waar liggen volgens uw partij de twee hoogste prioriteiten en waarom?

“Wat de ChristenUnie betreft moet er grootschalig ingezet worden op de isolatie van bestaande bouw, met de woningen waar de meeste winst te behalen valt (met de laagste energie labels) als eerst. Daarom komt er een aanvalsplan isolatie met €2 miljard subsidie om huiseigenaren te helpen, zodat er in 2030 geen huis meer met een slecht energielabel is. Goed isoleren is een no-regret maatregel, die bijdraagt aan het comfort in woningen, een lagere energierekening en een bijdrage aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving.”

“Bij nieuwbouw gaat het niet alleen om energiebesparing en gasvrij bouwen, maar ook om klimaatbestendigheid, zowel voor wat betreft de omgang met water – waaronder het afkoppelen van hemelwater en afvalwater – als het voorkomen van hittestress. We stimuleren gemeenten beter gebruik te maken van de huidige juridische mogelijkheden en te verkennen wat er extra nodig is, zoals aanpassing van het Bouwbesluit.”

“Woningvoorraad in 2030 energieneutraal”

“De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 30% van de landelijke CO2 -uitstoot. Daar is dus nog een wereld te winnen om de klimaatdoelen te behalen. De Partij voor de Dieren wil dat op een slimme manier doen zodat de woningvoorraad in 2030 energieneutraal is. Ons eerste uitgangspunt is dat energie die we niet gebruiken, ook niet opgewekt hoeft te worden. Daarom gaan we vol inzetten op energiebesparing, waarbij we ons richten op minstens 65% minder energiegebruik in 2030.”

“Woningen worden goed geïsoleerd, wat leidt tot vrijwel een halvering van de warmtevraag. Woningcorporaties worden verplicht jaarlijks een deel van hun woningbestand te isoleren. Voor huiseigenaren komen zo snel mogelijk gerichte financieringsinstrumenten, zoals gebouwgebonden financiering. De hogere opbrengsten van de energiebelasting voor producenten en grootverbruikers worden gebruikt voor subsidieverlening om de woningen van mensen met lagere inkomens te isoleren en te verduurzamen.”

“Ten tweede is de Partij voor de Dieren van mening dat er bij verduurzaming van woonwijken niet alleen moet worden gekeken naar een duurzame energievoorziening maar ook naar vergroening en een klimaatbestendige inrichting van de ruimte. Dat betekent minder tegels, minder asfalt, meer groen, en meer bomen. Groene wijken zijn koeler in de zomer, kunnen extreme regenval beter opvangen en sparen energie. Een grote boom werkt bij hitte net zo verkoelend als 10 energieslurpende airco’s.”

“Burgers gaan we daarom stimuleren en voorlichten om hun tuin te vergroenen. Gemeenten geven het goede voorbeeld en halen op veel te versteende plekken tegels weg die plaatsmaken voor groen. Het aanleggen van groene gevels, groene daken en het afkoppelen van regenwaterafvoer van het riool (denk aan wadi’s) wordt via subsidies gestimuleerd. Dit groen haalt niet alleen CO2 uit de lucht, maar heeft ook een positief effect op de biodiversiteit en onze gezondheid. “

12 maart 2021

Hoe een oud verdrag de Europese klimaatambities flink kan dwarszitten

Bron: NRC handelsblad, Clara van de Wiel

Energieverdrag Snel van kolen en gas af? Europa kan dat wel willen, maar sloot lang geleden een verdrag dat investeringen in ‘fossiel’ langdurig beschermt. Deze week praat de EU over aanpassing.

Kolencentrale van RWE in de Eemshaven. Het energiebedrijf spande via het ECT-verdrag een zaak aan tegen de Nederlandse overheid over sluiting ervan.
Kolencentrale van RWE in de Eemshaven. Het energiebedrijf spande via het ECT-verdrag een zaak aan tegen de Nederlandse overheid over sluiting ervan.Foto Michiel Wijnberg 

Een decennia oud, tot voor kort weinig bekend investeringsverdrag hangt als een dreigende wolk boven de Europese klimaatambities. Het verzet tegen dit zogeheten Energy Charter Treaty (ECT) nam de afgelopen tijd toe, maar Europa kan er niet zomaar onderuit. De discussie over hervorming van het verdrag legt klimaatbreuklijnen in de Europese Unie bloot – terwijl Nederland in een steeds ongemakkelijker positie komt.

Deze week loopt een nieuwe onderhandelingsronde over aanpassing van het ECT. Klimaat-ngo’s voeren fel campagne tegen het, volgens hun, climate killing verdrag. En ook een grote groep prominente klimaatwetenschappers en economen, onder wie Thomas Pikkety, heeft zich ertegen gekeerd. „Dit is een van de (vele) bizarre verdragen die in de jaren negentig zijn getekend waar we vanaf moeten”, aldus de Franse stereconoom vorige week op twitter.

Het ECT stamt uit 1994, uit het gouden decennium voor vrijhandels- en investeringsverdragen. Doel was, officieel, internationale samenwerking op energiegebied vereenvoudigen. Maar de kern van de afspraken is vooral een omstreden arbritrage-instrument dat de belangen van investeerders beschermt. Zo moest het investeringen in voormalige Sovjet-staten aantrekkelijker maken, door investeerders te beschermen tegen onvoorspelbaar overheidsbeleid.

Van de meer dan vijftig landen die het verdrag hebben ondertekend, maken alle EU-landen gezamenlijk de meerderheid uit. Maar juist Europa zit vijfentwintig jaar later met het verdrag in zijn maag. Want nu de EU fossiele brandstoffen versneld wil terugdringen, dreigt ze het ECT als een boemerang terug te krijgen. Een voorproefje daarvan zag Nederland onlangs, via een zaak die het Duitse energiebedrijf RWE aanspande over de sluiting van kolencentrales. RWE gebruikt de ECT-route, waardoor niet de Nederlandse rechter, maar een speciaal tribunaal de zaak zal gaan behandelen.

Het is het soort investor state dispute settlement dat onder de afkorting ISDS in de discussie over vrijhandelsverdrag TTIP berucht werd en tot fel publiek verzet leidde. Het toont hoezeer het ECT uit een andere tijd stamt, zegt Martin Dietrich Brauch, verbonden aan de Amerikaanse Columbia-universiteit en gespecialiseerd in investeringsrecht. „Zelfs in 1994 was dit type geschillenbeslechting al verouderd.”

Het geeft investeerders volgens Brauch een onwenselijke, grote macht tegenover overheden. „Binnen mijn vakgroep gebruiken we wel het gezegde: de staat wint dit soort zaken nooit. Want ofwel je verliest, of je wint nadat je je hebt moeten verdedigen voor een legitieme uitvoering van je wetgevende macht. Je zou je als overheid niet hoeven te verantwoorden voor het voeren van beleid, zeker geen klimaatbeleid.”

Rampzalig

Verbaasd was Yamina Saheb niet over de RWE-klacht – de zaak toont volgens haar juist duidelijk de urgentie van het probleem met het ECT. „Dit soort zaken gaan we veel zien. Heel veel.” Saheb is inmiddels een van de felste tegenstanders van het verdrag, maar werkte in het begin van haar loopbaan als energiespecialist juist voor het ECT. Daardoor, zegt ze, zag ze al vroeg de risico’s van het verdrag in voor de mondiale klimaatambities. „Veel mensen realiseerden zich lange tijd niet wat de afspraken in het Parijs-akkoord nu concreet betekenen, of de IPCC-rapporten. Maar als we fossiele energie met de noodzakelijke snelheid willen afbouwen, kan het ECT echt rampzalig worden.”

Het besef dat het verdrag de Europese klimaatambities flink kan hinderen, dringt steeds meer door – ook omdat de EU dit voorjaar juist een klimaatwet afrondt die het CO2-neutrale doel voor 2050 wettelijk vastlegt. Een Europees collectief van onderzoeksjournalisten berekende onlangs dat het verdrag in Europa voor 344,6 miljard euro aan investeringen beschermt. Klimaatwetenschappers vrezen daarnaast het afschrikwekkende effect op overheden voor het voeren van ambitieus klimaatbeleid.

Maar het verdrag wijzigen of opzeggen, blijkt in de praktijk een Hotel California-achtige exercitie. Voor een hervorming moeten alle ondertekenaars akkoord gaan – ook landen als Kazachstan en Oezbekistan die weinig belang hebben bij het uitfaseren van fossiele investeringen. En trekt een land zich uit het verdrag terug, dan geldt vanaf dat moment nog een termijn van twintig jaar waarin alle investeringen beschermd blijven.

Om die laatste reden ziet de Europese Commissie, die namens de EU-lidstaten sinds 2018 over hervorming onderhandelt, liever dat het verdrag wordt aangepast. Er zomaar uitstappen, schreef Eurocommissaris Valdis Dombrovskis vorig jaar aan bezorgde Europarlementariërs, kan leiden tot „nieuwe geschillen tussen investeerders en staten op basis van de ongewijzigde regels, ook over fossiele investeringen”.

Geleidelijke opheffing

Toch besloot Italië enkele jaren zelf uit het verdrag te stappen. En nu de onderhandelingen zich vruchteloos voortslepen, dreigen meer landen daarmee. Frankrijk en Spanje toonden zich de afgelopen weken het vocaalst en speculeerden openlijk zich terug te trekken.

Het voedt de druk die ook van groene politici en klimaat-ngo’s komt om als EU gezamenlijk uit het verdrag te stappen. Geschillen tussen investeerders en staten binnen de Unie zouden in dat scenario weggestreept kunnen worden – tot nu toe het grootste deel van de ECT-zaken. Sowieso buigt het Europees Hof van Justitie zich op dit moment over de vraag of EU-recht in zaken tussen lidstaten onderling geen voorrang heeft.

Maar niet alle lidstaten willen direct van het ECT af. Vooral in Oost-Europa is er steun voor een langzamer pad, waarmee vooral investeringen in gas nog langere tijd beschermd worden. Duitsland, dat ook leunt op gas voor de energietransitie, steunt dat achter de schermen. In de onderhandelingen deze week is zeer geleidelijke opheffing van de bescherming van gasprojecten ook inzet van de Commissie.

Nederland steunt Brussel officieel in die „modernisering van het ECT”. Maar intussen worstelt Den Haag met een ongemakkelijke situatie, waarin de staat nu zelf in een toonaangevende Europese zaak wordt aangeklaagd.

„De RWE-zaak is wel ironisch als je kijkt naar de statistieken”, zegt Brauch van de Columbia-universiteit. „Want traditioneel zijn juist Nederlandse investeerders grootgebruiker van dit soort geschillenbeslechting.” Het verklaart waarom ook Nederland, dat zich in Europa als groene voortrekker presenteert, terugdeinst zich tegen het ECT te keren. „Als Nederland het verdrag zou opzeggen, verliezen Nederlandse investeerders in het buitenland de minimale rechtsbescherming op grond van dit verdrag”, antwoordde toenmalig minister van Klimaat Eric Wiebes (VVD) vorig jaar op Kamervragen.

Juist daarom zou Nederland zich volgens Brauch harder moeten inzetten voor een radicale hervorming. Zo’n hervorming houdt volgens hem in dat je het voor investeerders onmogelijk maakt overheden aan te klagen voor klimaatbeleid. In een nieuw verdrag zou internationale samenwerking centraal moeten staan om het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch te beperken. Brauch: „Zelfs als je zelf je emissies terugdringt, heb je ook een verantwoordelijkheid voor het gedrag van je investeerders buiten je eigen grenzen.”

Ook Saheb wijst op de „historische verantwoordelijkheid” van de Nederlanders; premier Lubbers gaf ooit de aanzet voor het verdrag. „Ze zouden zich op z’n minst bij de coalition of the willing moeten aansluiten.”

9 maart 2021

Waterstofrevolutie in Groningse gascentrale stokt door gebrek aan subsidie

In 2018 zei Vattenfall te verwachten dat in 2023 een van de turbines van de Magnum centrale in de Eemshaven op waterstof kan draaien. Daar komt het energieconcern nu op terug. Het is te duur.

Waterstof is de schoonste brandstof die er bestaat. Bij het stoken van een elektriciteitscentrale op het lichtste scheikundige element komen geen schadelijke stoffen vrij. Alleen water. Wel moet dat waterstof eerst nog worden geproduceerd. De milieuvriendelijkste manier om groene waterstof te krijgen is elektrolyse van water met groene stroom. Die stroom kan bijvoorbeeld van windmolens of zonnepanelen komen.

Groene en blauwe waterstof

Pas in 2030 zou er emissievrije waterstof kunnen worden gebruikt. Omdat er te weinig groene waterstof is, moet de centrale eerst nog worden gestookt op zogeheten ‘blauwe’ waterstof. Blauwe waterstof wordt gemaakt uit aardgas. De Volkskrant meldt dat Vattenfall de productie daarvan niet rendabel krijgt zonder subsidie en van het plan voorlopig afziet.

Stoken op blauwe waterstof zou twee tot drie keer zo duur zijn dan stoken met puur aardgas. Groene waterstof is overigens vier tot vijf keer zo duur als aardgas.

Turbine ombouwen

Vattenfall klaagt dat er nog altijd geen duidelijkheid is over de subsidie voor het project. Voor het stoken op waterstof moet een van de drie turbines van de Magnum centrale worden omgebouwd. Dat zou op z’n vroegst pas in 2027 klaar zijn. ‘We willen heel graag, maar zonder subsidie is het niet rendabel te krijgen’, aldus een woordvoerder van Vattenfall.

Het concern zou een tussenfase overwegen, waarbij groene waterstof wordt bijgemengd met aardgas. Ook onderzoekt Vattenfall of er afnemers zijn die extra willen betalen voor stroom die deels is opgewekt met waterstof.

Lees tevens: https://fd.nl/ondernemen/1376087/waterstofrevolutie-in-groningse-gascentrale-stokt-door-gebrek-aan-subsidie-ric1caROv0Tf

5 maart 2021

Groningen en Limburg hebben er geen trek in, maar Zeeland wil wel een kerncentrale erbij

Bron: NRC Handelsblad, Erik van der Walle

Kernenergie Groningen was ‘not amused’ toen premier Rutte afgelopen zondag de provincie tipte als kandidaat voor een kerncentrale. Maar Zeeland wil er dolgraag nog één naast Borssele – of twee.

De Eemshaven bij Bierum krijgt voorlopig in elk geval geen kerncentrale. Zeeland heeft al decennia een kerncentrale en wil er best nog één of twee bij.
De Eemshaven bij Bierum krijgt voorlopig in elk geval geen kerncentrale. Zeeland heeft al decennia een kerncentrale en wil er best nog één of twee bij.Foto Kees van de Veen 

Niet alleen de Groningers waren verbaasd toen zij demissionair premier Rutte afgelopen zondag over de mogelijke komst van een kerncentrale in hun provincie hoorden. Ook de Zeeuwse gedeputeerde Jo-Annes de Bat (CDA, energietransitie) wist even niet wat hij hoorde. „Wij zijn met het Rijk in gesprek over kernenergie. Bij ons is er gewoon plek voor een nieuwe centrale. Wij vroegen ons direct af: waarom Groningen wel en Zeeland niet?”

In het noorden leidde Ruttes voorzet tijdens het verkiezingsdebat direct tot grote consternatie. De provincie Groningen heeft inmiddels beleefd bedankt voor een kerncentrale. Sommige Groningers beschouwden de suggestie van de VVD-leider zelfs als bewijs dat zij door Den Haag als het afvoerputje van Nederland worden gezien.

Wij vroegen ons direct af: Waarom Groningen wel en Zeeland niet?

Jo-Annes de Bat Zeeuwse gedeputeerde

Hoe zit dat in Zeeland? „Hier was de reactie heel nuchter geweest als de premier onze provincie had genoemd”, zegt De Bat. „Veel mensen hier kennen wel iemand die in Borssele werkt”. Het dorp Borssele op Zuid-Beveland herbergt de enige kerncentrale van Nederland – waarvan de vergunning in 2033 afloopt.

Ook in de landelijke politiek was de kwestie van een ‘Groningse kerncentrale’ aanleiding voor een scherpe discussie. Deze donderdag sprak een meerderheid in de Tweede Kamer zich uit tegen de komst van kernenergie in de Eemshaven.

„Zelfs op de dag van het televisiedebat vond er nog een aardbeving plaats”, zei Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (SP) donderdag. „De achteloosheid waarmee Rutte Groningen aanwees als locatie voor een kerncentrale is schokkend.”

Niet alleen bekende tegenstanders van kernenergie zoals GroenLinks en PvdA keerden zich tegen Groningen als vestigingsplaats. Ook D66 en CDA blijken daarvan geen voorstander te zijn.

Nieuwe centrales welkom

Maar in de Provinciale Staten is volgens de Zeeuwse gedeputeerde De Bat een ruime meerderheid vóór kernenergie. Voor Zeeland betekent dat niet alleen dat het de 48 jaar oude centrale in Borssele langer wil openhouden.

De provincie staat ook open voor de mogelijke komst van één of twee nieuwe centrales. „Natuurlijk zijn er in Zeeland ook tegenstanders te vinden en die laten zich op dit soort momenten echt wel horen. Logisch. Zo is ook de PvdA in ons provinciale college tegen het langer openhouden van Borssele, en dat standpunt staat in het coalitieakkoord.”

Op Radio 1 liet Rutte donderdagochtend weten dat Groningen wat hem betreft geen optie meer is. „Ik had in mijn hoofd dat daar misschien draagvlak is. Inmiddels is duidelijk dat dit er niet is. Er komt dus géén kerncentrale in Groningen”, aldus de premier.

Ook het bestuur van Limburg houdt de deur (voorlopig) dicht voor een kerncentrale, zo bleek toen Forum voor Democratie daar vragen over stelde. Er komt volgens de provincie geen onderzoek naar de haalbaarheid ervan, omdat het Rijk al drie andere locaties heeft genoemd. Naast de Groningse Eemshaven en Zeeland is dat de Rotterdamse Maasvlakte.

Eind vorig jaar presenteerde Zeeland een onderzoek waaruit bleek dat kernenergie financieel zou kunnen concurreren met windparken op zee.

Tegelijkertijd stelde de provincie dat zijzelf niet aan zet is. „De positie van de rijksoverheid is allesbepalend”, schreef het provinciebestuur. Als de bouw van een centrale aan de orde komt, „zal het Rijk daar het voortouw in moeten nemen.”

Landelijke verdeeldheid

Het is de vraag hoe enthousiast dat voortouw door Den Haag wordt genomen. De verkiezingsprogramma’s laten zien hoe verdeeld de landelijke politiek nog altijd is over kernenergie.

Het CDA noemt kernenergie voor „de periode na 2030 een serieuze optie” en pleit voor „ten minste twee extra kerncentrales”. Wat de VVD betreft kunnen centrales op overheidssteun rekenen, omdat kernenergie „een betrouwbare en CO2-neutrale energievoorziening” garandeert. Ook de PVV is voor kernenergie.

De VVD blies eind 2018 de discussie over meer kernenergie nieuw leven in, nadat het lange tijd in de Tweede Kamer geen issue was. Het Klimaatakkoord, dat mikt op een CO2-reductie van 49 procent in 2030, gaat ook niet uit van nieuwe centrales. De lobby van de VVD zorgde destijds direct voor verdeeldheid binnen de coalitie. Zowel ChristenUnie als D66 liet weten niets te zien in nieuwe nucleaire plannen.

Die aversie blijkt ook uit hun verkiezingsprogramma’s, al houden beide partijen de deur voor kernenergie op een kier. Dat is niet het geval bij de partijen in de linkse oppositie. Voor PvdA, SP en GroenLinks is de bouw van centrales geen optie.

De discussie over nieuwe kerncentrales heeft geleid tot een zogeheten markconsultatie. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken onderzoekt adviseur KPMG sinds vorige maand welke bedrijven brood zien in een nieuwe centrale.

Deze zomer verschijnt het rapport en daaruit moet ook duidelijk worden welke regio’s belangstelling hebben voor een nieuwe centrale. Naar het enthousiasme in Groningen hoeft KPMG in elk geval geen onderzoek meer te doen.

25 februari 2021

Productie groene stroom met 40 procent gestegen

Bron: CBS, 24-02-2021

Op het dak van een stal van een boerederij worden zonnepanelen gelegd
© Hollandse Hoogte / Dolph Cantrijn

De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is in 2020 vergeleken met een jaar eerder met 40 procent gestegen. Van het Nederlandse elektriciteitsverbruik kwam vorig jaar iets meer dan een kwart uit hernieuwbare bronnen van eigen bodem. Een jaar eerder was dat nog 18 procent. Dit blijkt uit nieuwe, voorlopige cijfers van het CBS over hernieuwbare elektriciteit.

In 2020 bedroeg de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen 31 miljard kilowattuur (kWh). Het jaar daarvoor was dit nog 22 miljard kWh.

Van de totaal geproduceerde hernieuwbare elektriciteit werd met windmolens het grootste deel opgewekt, 45 procent, met biomassa 29 procent en met zonnepanelen 26 procent.

Sterke stijging productie hernieuwbare elektriciteit uit zonnepanelen

De productie van stroom uit zonnepanelen is in 2020 met meer dan de helft toegenomen, van 5,3 miljard kWh in 2019 naar 8,1 miljard kWh vorig jaar. De stijging houdt direct verband met de forse toename van de opgestelde capaciteit. Het totale vermogen van zonnenpanelen is in 2020 met ruim 3 duizend megawatt gegroeid en werd eind vorig jaar geraamd op iets meer dan 10 duizend megawatt.

Forse groei van windenergie op zee en land

De productie van elektriciteit uit windenergie steeg in 2020 vergeleken met een jaar eerder met 29 procent (3,1 miljard kWh) naar 13,9 miljard kWh. De stijging hangt samen me de uitbreiding van het windmolenpark. Door twee nieuwe, grote parken voor de Zeeuwse kust bij Borssele steeg het opgestelde vermogen op zee van ongeveer duizend megawatt eind 2019 naar 2 500 megawatt een jaar later. Op land nam het windmolenpark toe met bijna 600 megawatt naar 4 100 megawatt eind 2020.

Veel meer stroom uit biomassa

De productie van elektriciteit uit biomassa groeide van 6,0 miljard kWh in 2019 naar 9,0 miljard kWh in 2020, een stijging van 49 procent. Elektriciteit uit biomassa wordt gemaakt door afvalverbrandingsinstallaties door het (mee)stoken van biomassa in kolencentrales en in warmtekrachtinstallaties en door installaties op biogas.

18 februari 2021

PBL: Rijk moet bijspringen bij verduurzaming woningen

Bron: NRC Handelsblad, Sam de Voogt

Aardgasvrij Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet „structurele knelpunten” bij het aardgasvrij maken van woningen die alleen het Rijk kan wegnemen. Anders voltrekt de energietransitie zich niet snel genoeg.

Aanleg van het warmtenet in de Groningse wijk Paddepoel om de woningen daar zonder gebruik van aardgas te kunnen verwarmen.
Aanleg van het warmtenet in de Groningse wijk Paddepoel om de woningen daar zonder gebruik van aardgas te kunnen verwarmen.Foto Kees van de Veen 

Zonder ingrijpen van het Rijk gaat het niet lukken alle woningen en andere gebouwen voor 2050 aardgasvrij te maken, zoals in het Klimaatakkoord is afgesproken. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzocht veertien wijken die vooroplopen in de energietransitie en ontwaarde een aantal „structurele knelpunten” die alleen door de rijksoverheid kunnen worden weggenomen, zoals vertragende wetgeving en gebrek aan kennis, kunde en tijd bij gemeenten.

Het donderdag gepubliceerde onderzoek, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse zaken, is „een foto van wat er gebeurt bij het aardgasvrij maken van deze wijken”, zegt projectleider Marloes Dignum. „Veel van de knelpunten die deze wijken tegenkomen, kunnen zij zelf niet wegnemen. Die behoeven aandacht van het Rijk, zodat de energietransitie versneld kan worden.”

In januari bleek uit een rondgang van NRC langs de eerste 27 wijken die subsidie hebben ontvangen in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), een initiatief van het ministerie om wijken te verduurzamen, dat gemeenten meer steun verwachten van de rijksoverheid. Ze gaven toen aan meer geld en aanvullende regelgeving nodig te hebben om huizen snel genoeg van het gas af te halen. Twee jaar na de start van het project zijn pas in 4 van de 27 proeftuinen huizen aardgasvrij gemaakt. Gemeenten gaven ook aan dat de rijksoverheid meer moet uitdragen dat de energietransitie noodzakelijk en urgent is.

De geluiden van de gemeenten worden onderschreven door het rapport van het PBL. Het instituut concludeert dat de energietransitie op wijkniveau een kwestie van maatwerk is. Dit omdat woningen in grote mate van elkaar verschillen, net als de mogelijkheden en bereidheid van bewoners om aan de verduurzaming van hun huizen mee te doen. Omdat landelijk beleid ontbreekt over hoe kosten en (financiële) risico’s verdeeld moeten worden onder deelnemende partijen zoals gemeenten, bewoners en energieleveranciers, lijkt elke wijk zijn eigen wiel uit te moeten vinden. Daardoor lopen kosten hoog op en komen gemeenten geld tekort om de verduurzamingsprojecten af te ronden.

Aanbestedingsregels vertragen

Aan de andere kant is er ook wetgeving die juist het tempo van de energietransitie in de proeftuinen afremt. Europese aanbestedingsregels voorkomen dat corporaties, die voor de verduurzaming van hun woningbezit verantwoordelijk zijn, snel subsidiegeld uit het PAW kunnen ontvangen, schrijft het PBL.

Er is daarnaast een gebrek aan draagvlak onder bewoners om hun huis aardgasvrij te maken. Dat leidt tot zowel vertraging als extra kosten, omdat voor de mensen die weigeren mee te doen een apart gasnet moet worden aangelegd. Het PBL ziet dat gemeenten en wel enthousiaste bewoners regelmatig alleen staan in hun verduurzamingspogingen omdat een breed gedragen verhaal vanuit de rijksoverheid over het nut en de noodzaak van de energietransitie ontbreekt. „Als er zo’n breed verhaal is, dan hoef je niet elke bewoner opnieuw het hele verhaal te vertellen. Dat scheelt een hoop tijd en geld”, zegt PBL-onderzoeker Dignum.

Het PBL schrijft dat gemeenten veel ervaring en kennis opdoen door de proeftuinen, een van de nadrukkelijke doelstellingen van het PAW. Maar omdat in elke wijk maatwerk moet worden toegepast, zijn die ervaringen lastig elders toe te passen of op te schalen. Toch wil Dignum waken voor te veel negativiteit. „Er is nooit gedacht dat het makkelijk zou zijn. Door de inzet op leren bij de proeftuinen komen knelpunten nu aan het licht en kan er snel wat aan gedaan worden. Dat is winst.

Wel geld, geen plan

Vorig jaar fileerde de Algemene Rekenkamer het PAW in een kritisch rapport. Doelen waren niet gehaald, doelstellingen veranderden continu en er was wel geld beschikbaar, maar duidelijke plannen ontbraken voor wat er met dat geld moest gebeuren. Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur toonde zich kritisch en concludeerde in januari dat gemeenten, provincies en waterschappen meer geld nodig hebben voor de uitvoering van het Nederlandse klimaatbeleid.

Het PAW loopt intussen door. Bij een tweede subsidieronde eind oktober vorig jaar kregen negentien wijken bijna 100 miljoen euro om huizen te gaan verduurzamen. Voor de eerste 27 wijken trok het Rijk al 126 miljoen euro uit. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord is het de bedoeling dat in 2030 de eerste 1,5 miljoen woningen aardgasvrij zijn.

15 februari 2021

Beleggers duwen Shell stapje voor stapje richting verduurzaming

bron: NRC Handelsblad, Erik van der Walle & Menno Tamminga

Verduurzaming Naast dividend en olieprijzen gaat het klimaatbeleid van Shell een grotere rol spelen tijdens aandeelhoudersvergaderingen. Het olieconcern voelt de druk van de financiële wereld.

De raffinaderij van Shell in het Zuid-Hollandse Pernis. Als eerste olieconcern vraagt het de aandeelhouders zich uit te spreken over het klimaatbeleid.
De raffinaderij van Shell in het Zuid-Hollandse Pernis. Als eerste olieconcern vraagt het de aandeelhouders zich uit te spreken over het klimaatbeleid.Foto Lex van Lieshout/HH 

Weinig beleggers zijn recentelijk zo hard getroffen als de aandeelhouders van Shell. De koers is in een jaar met meer dan 40 procent gedaald. Shell heeft het attractieve dividend met twee derde gekort. En de beursreactie op de plannen voor de energietransitie die bestuursvoorzitter Ben van Beurden afgelopen donderdag bekendmaakte, beloven ook al weinig enthousiasme.

Kan het olie- en gasconcern, dat in 2050 klimaatneutraal wil zijn, het ooit goed doen? Vanuit het perspectief van de belegger lijkt dat amper mogelijk. Als Shell de energietransitie sneller doorzet, vreten noodzakelijke afschrijvingen op de afgedankte bezittingen de winst op. En als het concern, zoals het donderdag aangekondigde, zijn olie- en gasproductie tot 2030 op peil houdt, bestaat de kans dat meer en meer aandeelhouders worden afgeschrikt door de fossiele activiteiten. „Shell zit between the rock and a hard place”, zegt aandelenanalist Jos Versteeg van InsingerGilissen.

Shell maakte afgelopen week tijdens zijn strategiedag bekend dat het in 2050 klimaatneutraal wil zijn. Het olie- en gasconcern voelt de groeiende druk van beleggers die steeds openlijker voor verduurzaming pleiten.

Het Brits-Nederlandse bedrijf probeert grote beleggers – zoals pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders – te vriend te houden. Maar zij vragen om actie. Een groep van de grootste internationale beleggers, die zichzelf de Climate Action 100+ noemt, voert een kritische dialoog, een zogeheten engagement, met Shell over diens klimaatpolitiek en de doelstellingen.

Shell is formeel een Britse onderneming, maar het hoofdkantoor staat in Den Haag. De twee woordvoerders van de Climate Action groep, de Nederlandse vermogensbeheerder Robeco en het pensioenfonds van de Church of England, gaven donderdagmorgen nog tijdens de presentatie van Van Beurden al een positief getoonzette verklaring uit. Zij prijzen het gevoerde overleg, met name de kans die beleggers krijgen om op de aandeelhoudersvergadering van 8 mei te stemmen over een resolutie over het beleid dat Shell wil voeren.

Elke drie jaar wil Shell met een transitieplan komen om het aandeel fossiele energie terug te dringen. Jaarlijks moeten dan de aandeelhouder een advisory vote uitbrengen over de daadwerkelijke progressie die is geboekt.

Een stemming over het klimaatbeleid spreekt ook de grote Nederlandse beleggers aan, zegt directeur Rients Abma van Eumedion, de belangenorganisatie waarbij vrijwel alle grote Nederlandse, maar ook buitenlandse geldgiganten zijn aangesloten. Hij verwacht dat een stemming op de aandeelhoudersvergadering Shell dwingt om opener en concreter te zijn over zijn doelstellingen en hoe die bereikt worden. Dat is vorig jaar ook gebeurd toen bedrijven voor het eerst hun beloningsbeleid ter adviserende stemming moesten voorleggen aan beleggers. Zij kunnen daarna de voortgang van Shells klimaatbeleid tussentijds beoordelen en eventueel aandringen op versnelling, én ze zijn zelf ook gecommitteerd aan Shells beleid.

Shell is de eerste oliemaatschappij die een uitspraak van de aandeelhouders vraagt. Unilever, het Britse zeep- en voedingsbedrijf, zal dat ook doen. Puur Nederlandse bedrijven zijn huiverig om uit eigen beweging zo’n stemming te houden. Zij zien, met steun van de Hoge Raad, de strategie als het exclusieve domein van bestuur en commissarissen.

Ambivalent in verandering

Beleggers kregen van Shell donderdag wel meer invloed omdat ze over een resolutie mogen stemmen, maar waarover? Het concern is ambivalent. Op korte termijn verandert niet zoveel. Op langere termijn wél. Sinds donderdag wil het concern in 2050 klimaatneutraal zijn, waarbij het voor het eerst ook verantwoordelijkheid neemt voor alle uitstoot van producten door de klant.

„We voelen ons gevleid”, zegt Mark van Baal van de financiële actiegroep Follow This. „Shell heeft zich altijd tegen dit soort resoluties van aandeelhouders gekeerd en nu komen zij daar zelf mee. Ze noemden onze resoluties eerst onredelijk en later onnodig omdat ze zelf klimaatambities hadden. Maar die waren tot donderdag veel te vrijblijvend. Nu hebben ze ook een hard doel voor 2050.”

Follow This manifesteert zich sinds 2016 op aandeelhoudersvergaderingen van Shell met voorstellen voor drastische actie. De animo van beleggers daarvoor loopt zichtbaar op. Van een kleine 3 procent steun in 2016 naar ruim 14 procent vorig jaar. De olieconcerns, die een cruciale rol spelen in de klimaatproblematiek, luisteren alleen naar de kapitaalverschaffers, en veel minder naar milieuorganisaties. Follow This roept olieconcerns op om aan het Akkoord van Parijs te voldoen, dus een maximale opwarming van 2 graden, en nog liever 1,5 graad. Van Baal: „Als we veel minder steun hadden gehad, dan had Shell deze stap niet gezet.” Die steun kwam van Nederlandse beleggers Actiam, Achmea, Aegon en Nationale Nederlanden. „Dat zijn hier de echte helden. Nu zie je beleggers als Robeco en APG als eerste het succes claimen, maar die stemden nooit voor omdat zij het altijd wel voldoende vonden wat Shell beloofde.”

De klimaattransitie gaat bij Shell straks nog een grotere rol spelen in de aandelenbonus van de topmanagers

Aegon noemt het in een reactie „noodzakelijk om de ontwikkelingen” bij Shell en zijn concurrenten kritisch te volgen. „De ontwikkelingen gaan steeds meer de goede kant op. De vraag is of het snel genoeg gaat.”

Op de strategiedag kondigde Van Beurden ook aan dat de klimaattransitie opnieuw een grotere rol gaat spelen in de aandelenbonus van de topmanagers. Sinds 2019 draagt het behalen van de klimaatdoelstelling 10 procent bij aan de aandelenbonus van de topmanagers. Dat was toen de uitkomst van overleg met de grote beleggers. Dat wordt op korte termijn verhoogd naar 20 procent. „Het beloningsbeleid moet de strategie versterken”, reageert Abma goedkeurend.

De gestage koerswijzigingen van Shell illustreren de wisselwerking en het duwen en trekken tussen financiële activisten als Follow This, de gevestigde beheerders van de massavermogens en de top van Shell. Om zijn grootste, maar ook steeds duurzamer denkende beleggers binnenboord te houden moet Shell wel bijdraaien naar meer concrete klimaatmaatregelen. „Shell heeft bij klimaatbeleid altijd op de rem gestaan, eerst zelfs door klimaatontkenners te financieren”, zegt Van Baal. „Vervolgens werd de verantwoordelijkheid bij de consument gelegd. Dat doen ze nu ook niet meer. En tot een jaar geleden kon Shell nog tegen kritische beleggers zeggen dat zij hun grootste dividenduitkeerder waren. Dat argument is weg.”

Zoals het er nu uitziet, ontstaat er op de aandeelhoudersvergadering een unieke situatie. Beleggers kunnen over twéé klimaatvoorstellen stemmen. Dat van Shell zelf en een resolutie van Follow This. De vraag is wat bijvoorbeeld vermogensbeheerder BlackRock zal doen. Het bezit bijna 4 procent van de aandelen Shell. In zijn jaarlijkse brief aan zijn klanten én de bedrijven waarin BlackRock belegt, zette topman Larry Fink een maand geleden de noodzaak van duurzaamheid met meer urgentie uiteen dan een jaar eerder.

BlackRock maakt wel activistische geluiden, maar gaat doorgaans niet de barricades op. De belegger stemde altijd tégen moties van Follow This en was content met de eerdere aanscherpingen. Zulke beleggers bezitten aandelen in energiebedrijven en kijken ook naar de progressie van Shell ten opzichte van anderen. En ze steken er eerder energie in om achterblijvers in beweging te krijgen, dan bedrijven die toch al meebewegen.

Van Baal is blij met de beslissing donderdag van Shell over 2050, maar op korte termijn moet er méér gebeuren. Hij wijst erop dat Shell tot 2030 de productie van olie en gas op peil houdt en slechts 2 tot 3 miljard dollar in duurzaamheid investeert op een totaal van ruim 22 miljard. „Zo gaan we Parijs nog niet halen. De komende tien jaar zijn juist cruciaal.”