Aardgasvrij maken van huis mag bewoner niets kosten

5 november 2020

Bron: Financieel Dagblad, Orla McDonald

De overheid moet garanderen dat de woonlasten gelijk blijven voor bewoners van wie het huis van het aardgas afgaat. De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie aangenomen van de SP die daartoe oproept. Dit kan leiden tot vertraging in de toch al moeizaam operatie om miljoenen woningen de komende jaren van het aardgasnet los te koppelen, een afspraak uit het Klimaatakkoord.

Woonminister Kajsa Ollongren (D66) kan de wens van de Kamer naast zich neerleggen, maar dat is niet gebruikelijk bij moties die door een meerderheid zijn aangenomen. Naast de SP waren regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie voor. Ollongrens eigen partij D66 stemde tegen.

Een overheidsgarantie betekent dat investeringskosten moeten zakken of dat de overheid betere regelingen moet treffen om een eventueel teveel aan stijgende woonlasten te compenseren. Dat is niet van de ene op de andere dag voor elkaar te krijgen. Alle huizen in Nederland, ruim zeven miljoen, moeten in Nederland van het aardgas af zijn in 2050. Er lopen enkele proefprojecten, maar daar zit weinig schot in.

Het standpunt van het kabinet is dat de totale woonlasten, zoals de hypotheek of huur en energierekening, niet stijgen nadat een huis aardgasvrij is gemaakt. Het idee is dat de energierekening zakt na een investering in andere warmtebronnen, bijvoorbeeld, zonnepanelen en een warmtepomp. Die kostendaling en investering zouden, verspreid over een aantal jaar, tegen elkaar opwegen.

De Kamer vindt deze ‘woonlastenneutraliteit’ nu te vrijblijvend geregeld. Temeer daar het gasvrij maken van huizen niet gemakkelijk en vaak duur blijkt te zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving constateerde in augustus dat gelijkblijvende lasten voor huiseigenaren ‘vaak niet haalbaar’ zijn. De koepel van woningcorporaties Aedes zegt: ‘het aardgasvrij maken van woningen betaalt zich in de meeste gevallen niet terug. Deze motie laat eens te meer zien dat de overheid moet bijspringen.’