Gemeenten hebben geld uit energiebedrijven opgemaakt

24 maart 2021
Bron NRC Handelsblad, Paul Luttikhuis
Eneco werd zo’n anderhalf jaar geleden verkocht. De opbrengst van andere grote energiebedrijven is inmiddels door lokale overheden uitgegeven.
Eneco werd zo’n anderhalf jaar geleden verkocht. De opbrengst van andere grote energiebedrijven is inmiddels door lokale overheden uitgegeven.Foto Olaf Kraak/EPA 

Nederlandse gemeenten hebben inkomsten uit de verkoop van hun aandelen in energiebedrijven gebruikt voor extra uitgaven. Het extra geld ging in de tien jaar na de verkoop zowel naar sociale voorzieningen als naar de exploitatie van bouwgrond en verbetering van de infrastructuur.

Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de 262 gemeenten die dit soort aandelen hebben verkocht, voor in totaal ongeveer 11 miljard euro, in de jaren na de verkoop hun uitgaven meer hebben verhoogd dan gemeenten die niet over zo’n extra potje beschikten. Het geld is niet gebruikt voor verlaging of minder snelle stijging van gemeentelijke belastingen.

Met de verkoop van de energiebedrijven probeerde de Europese Unie de markt voor elektriciteit en gas te liberaliseren. Landen konden zelf bepalen hoe ver ze wilden gaan bij de invoering van marktwerking in de energievoorziening. Nederland hoorde bij de voorlopers en in de jaren na de millenniumwisseling werden de meeste energienutsbedrijven verkocht. Eneco was recentelijk een van de laatste grote energiemaatschappijen die in private handen is gekomen. Die verkoop leverde 44 gemeenten, waaronder Rotterdam en Den Haag, ongeveer 4 miljard euro op.

Sociale voorzieningen

Het CPB becijferde dat gemeenten tussen ongeveer 2005 en 2019 van iedere euro die ze aan de verkoop hadden verdiend, jaarlijks ongeveer 6 cent uitgaven aan sociale voorzieningen en nog eens 7 cent aan aanleg van woonwijken, investeringen in wegen, openbaar vervoer en aanpak van milieuvervuiling. In de laatste jaren na de verkoop ging het meeste geld naar sociale voorzieningen.

Het CPB ziet geen aanwijzingen dat gemeenten het geld hebben gebruikt als een ‘eenmalige meevaller’ en bijvoorbeeld hebben ingezet voor een nieuw gemeentehuis of andere bijzondere projecten. Ook is amper geld opzij gezet om van rente of rendementen uitgaven structureel te verhogen.