Inspraak is niet bedoeld om weerstand te overwinnen

2 april 2021

Bron: NRC Handelsblad

Windenergie Burgers kunnen beter betrokken worden bij besluitvorming over windmolens. Maar dan moet je die inspraak wel anders organiseren, vindt onderzoeker Helena Solman.

Tegenstanders van windpark De Drentse Monden en Oostermoer probeerden via de rechter de bouw stil te leggen.
Tegenstanders van windpark De Drentse Monden en Oostermoer probeerden via de rechter de bouw stil te leggen.Foto Sem van der Wal/ANP 

Voor de een betekent windenergie een transitie naar een groenere wereld, voor de ander een landschap vol lelijke dingen. Inspanningen om de kloof tussen beide visies te dichten leveren tot nu toe alleen maar meer weerstand op. De vraag is hoe burgers op een betekenisvolle manier invloed kunnen uitoefenen op de windenergieagenda.

Veel mensen denken bij inspraak aan zo’n door de gemeente georganiseerde bijeenkomst of informatieavond waarbij burgers op de hoogte worden gesteld van de plannen voor windmolenparken. Maar uit een uitgebreide literatuurstudie die ik met enkele collega’s heb gedaan blijkt dat er allerlei andere en meer aansprekende manieren zijn om betrokkenheid te stimuleren.

Helena Solman onderzoekt aan de Milieu Beleid Groep van de Universiteit Wageningen participatie en digitalisering in windenergie.

De laatste jaren zien we steeds meer samenwerkingsverbanden en lokale projecten op het gebied van energie die zijn opgezet met of door burgers. Zulke ontwikkelingen zijn niet alleen efficiënter, omdat er minder tijd en geld wordt besteed aan compensatie of jarenlange inspraakprocedures, maar ze leveren vaak ook milieuvriendelijke ontwerpen op, als gevolg van betere beslissingen over hoe en waar windenergie moet worden gewonnen. Een verschil tussen dit soort collectieve inspraak en de typische inspraakbijeenkomsten is dat gewone burgers rechtstreeks zeggenschap hebben over de ontwikkelde projecten.

Acceptabele locatie

Over welke zaken moeten burgers inbreng hebben voor zinvolle betrokkenheid? Bij inspraakbijeenkomsten gaat de meeste aandacht vaak naar het vinden van een acceptabele locatie. Het esthetische aspect en de keuze tussen verschillende windturbinemodellen komen meestal niet aan bod. Kortom, burgers kunnen ja of nee zeggen tegen een plan, maar zijn niet betrokken bij de invulling ervan.

Op het Noorse eiland Smøla kwamen de burgers bijeen om te bespreken hoe ze de lokale vogelpopulaties konden beschermen. Ze besloten om een van de wieken van elke windturbine zwart te verven om botsingen met vogels te voorkomen. Door deze verandering vliegen er 70 procent minder vogels tegen de windturbines aan. Zo’n soort aanpak is in Nederland nog vrij zeldzaam.

Voor een duurzame en rechtvaardige transitie is openheid vereist

Tot op zekere hoogte gebeurt het al wel zo in het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, waarin individuele regio’s zelf kunnen bepalen op welke manier ze energietransities doorvoeren. Er wordt een evenwicht gezocht tussen de omgevingsbestemming voor duurzame energieprojecten en publieke acceptatie. Wat vaak niet aan bod komt, is hoe de ontwerpen van windturbines, zonnepanelen en andere technologieën kunnen worden aangepast zodat ze beter in het landschap passen en wat er kan worden gedaan aan kwesties als geluidsoverlast en tegengehouden licht. Samenwerking tussen producenten en burgers kan leiden tot oplossingen die niet alleen technisch efficiënt zijn, maar ook maatschappelijk gewenst en milieuvriendelijk.

Virtual reality

Bij inspraak kunnen ook digitale middelen worden ingezet. En dat gaat veel verder dan een online-inspraakavond organiseren. Denk aan de mogelijkheden van virtual reality, apps om feedback over de exploitatie van windmolenparken te verzamelen bij omwonenden, websites die windenergieaandelen aanbieden en socialemediakanalen waarop crowdfunding voor en discussies rondom ontwikkelingen van windenergie worden georganiseerd.

Al deze virtuele manieren van betrokkenheid kunnen worden gezien als inspraakplatforms. Samen hebben ze merkbare invloed op hoe en waar we onze energie ontwikkelen, ook al zijn deze vormen van inspraak soms informeel of niet openbaar. Zeker nu, in de coronacrisis, moeten we op zoek gaan naar mogelijkheden om burgers op een veilige en zinvolle manier te betrekken bij de ontwikkeling van duurzame energie.

Goede inspraak is veel meer dan het overwinnen van weerstand. Voor een duurzame en rechtvaardige transitie is openheid vereist en actieve betrokkenheid van burgers, die ook zelf baat hebben bij de nieuwe energie-infrastructuur. Zo wordt de energietransitie een echte stap naar een groenere economie, waarin maatschappelijke dialoog de basis vormt voor de genomen beslissingen.