Meer of minder klimaat in crisistijd?

6 november 2020

Bron: NRC Handelsblad, Marike Stellenga & Erik van der Wall

Windmolenpark in aanbouw bij het Groningse Meeden. Door de coronacrisis is een discussie ontstaan over het gewenste tempo van de energietransitie.
Windmolenpark in aanbouw bij het Groningse Meeden. Door de coronacrisis is een discussie ontstaan over het gewenste tempo van de energietransitie.Foto Corné Sparidaens 

Moeten we middenin de corona-crisis een pas op de plaats maken met het klimaatbeleid? En het behoud van werkgelegenheid even centraal zetten? Of is dit juist het moment om méér te doen tegen de klimaatverandering, en de economie duurzamer en moderner te maken?

Die vragen kwamen woensdag en donderdag vaak terug in de Tweede Kamer, toen hier werd gesproken over de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

„Iedereen ziet dat we ons productiemodel moeten vernieuwen,” zei minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken en Klimaat). Want: „De moleculen vliegen ons om de oren en alle grondstoffen weten we in vrij hoog tempo tot afval te verwerken. Dat gaat niet goed.” Wiebes zag daar onder politieke partijen een zekere consensus over. „Los van links-rechts.”

De vraag is alleen: in welk tempo? Vooral VVD en CDA zijn bezorgd dat van bedrijven te veel wordt gevraagd en ze te weinig worden geholpen. De werkgelegenheid moet niet nog verder in de knel komen door corona. Kijk maar eens hoe moeilijk bedrijven als Tata Steel en VDL Nedcar het hebben. Als het kabinet bedrijven niet extra helpt, zoals met subsidies voor investeringen, zei Dennis Wiersma (VVD) „hebben we niet eens meer bedrijven om überhaupt groen en energieneutraal te worden in de toekomst”.

Bedrijven ‘wegpesten’

Zijn partijgenoot Mark Harbers waarschuwde tegen een intensiever klimaatbeleid, ook al zijn de doelstellingen van het klimaatakkoord voor 2030 dan ver weg. „Ik denk niet dat dit het tijdperk is om er nu alweer met aanvullende maatregelen overheen te gaan die nog niet in het Klimaatakkoord stonden. Dan pest je de bedrijven echt weg uit het land.” En Agnes Mulder (CDA) pleitte voor meer hulp bij het verduurzamen: „Veel bedrijven hebben flink moeten interen op hun reserves. En wij vragen investeringen van ze, en leggen ze een heffing op.”

Vorige week liet het Planbureau voor de Leefomgeving nog zien dat er nog veel moet gebeuren voor de voorgenomen CO2-reductie van 49 procent in 2030 een feit is. In de doorrekening kwam de vaste kabinetsadviseur op 34 procent minder broeikasgassen. Als het ook het recente beleid wordt meegenomen, zoals bijvoorbeeld de veelbesproken CO2-heffing voor de industrie, dan is naar schatting 40 procent mogelijk.

Is dat aanleiding om, ondanks de crisis, nog harder te lopen? Ja, zegt parlementariër Tom van der Lee (GroenLinks). „Elke keer is het argument: we pakken niet door (…) omdat we op korte termijn met economische knelpunten zitten. We lopen nu hard tegen de realiteit aan. Kijk naar de stikstofcrisis! We hebben te lang gewacht en dat zie je ook in de klimaatcrisis.”

Volgens Van der Lee is een economische transitie – de verduurzaming van bedrijven – juist nodig om de werkgelegenheid te garanderen, omdat „de verdienmodellen uit het verleden op houden te bestaan”. Hij waarschuwde ervoor grote bedrijven te zien als slachtoffers. „Die kunnen prima voor zichzelf zorgen.”

Minister Wiebes koos in de Kamer een tussenpositie. Aan zijn ambitie om de 49 procent CO2-reductie te halen hoeft in elk geval niemand te twijfelen. „Ik ben het punt voorbij dat dit ter discussie staat. Maar we moeten het wel halen tegen de laagst maatschappelijke kosten.”

Volgens Wiebes is het onmiskenbaar dat er extra actie nodig is om de klimaatdoelen te halen. „Alle kabinetten tussen nu en 2030 zullen steeds constateren: oh jee, de wereld is weer veranderd. Soms valt het mee, soms valt het tegen”.

Maar over de precieze aanpak hield hij zich op de vlakte. Hij raadt vooral een volgend kabinet aan om extra maatregelen te nemen. Alles dichtspijkeren voor een volgend kabinet doet hij niet. „Dat is niet hoffelijk.”