Negatieve stroomprijzen zijn een hoofdbreken voor de toekomst

21 april 2020

Bron FD, Carel Grol

Amsterdam Centraal Station is nog altijd rustig rond de spits. Er rijden geen intercity's. Dus is er minder vraag naar stroom.
Amsterdam Centraal Station is nog altijd rustig rond de spits. Er rijden geen intercity’s. Dus is er minder vraag naar stroom.Foto: Tammy van Nerum

Corona ontwricht alles. De stroomprijzen zijn negatief. Hoe kan dat? Is dit eenmalig? En wat gebeurt er met de stroomrekening? Zeven vragen over de elektriciteitsmarkt.

1 – Wat is een negatieve prijs?

Als iemand een stekker in het stopcontact steekt om zijn smartphone op te laden, de wasmachine aanzet of het licht aan doet, gebruikt die stroom. Stroom kost geld: dus iemand maakt kosten.

Een negatieve stroomprijs betekent dat iemand geld toe krijgt. Bedrijven en andere grootverbruikers verdienen dus wanneer ze hun koeling een tandje hoger zetten, lichten aan laten en alles wat stroom verbruikt op volle kracht laten lopen.

2 – Hoe kan dat?

Simpel gezegd omdat er meer aanbod dan vraag is naar stroom. Dat heeft met de vraagzijde en de aanbodzijde van de economie te maken. Vanwege corona is er vraaguitval. Neem alleen de NS. Er rijden geen intercity’s. Dus is er minder vraag.

Ondertussen groeit het aanbod van stroom. Er zijn steeds meer zonneweides. Op zonnige dagen is er dus een surplus aan energie. Straks zal dat nog meer worden, als de windparken voor de kust er daadwerkelijk staan en er nog meer zonneparken worden gebouwd.

3 – Wie profiteert van deze negatieve prijzen?

Grootverbruikers zullen er profijt van hebben. Zij ontvangen geld voor de stroom die ze gebruiken. Omdat negatieve prijzen niet de hele maand aanhouden, maar ‘slechts’ enkele uren of dagen duren, heeft het vooral een prijsdrukkend effect op hun rekening. De NS, maar ook Tata en andere industrie, of grote kantoren, zullen profiteren. En uiteindelijk de consument ook: want de stroom wordt goedkoper.

Energiemaatschappijen met gas- en kolencentrales zijn de dupe. Die centrales worden verlieslatend als ze moeten betalen voor de stroom die ze leveren. Dus zullen deze zogeheten conventionele krachtcentrales dan worden afgeschakeld. Vooral kolencentrales hebben een lange doorlooptijd en zijn moeilijk op korte termijn aan en uit te zetten. Dus zij verliezen.

4 – Zijn negatieve prijzen een gevolg van corona?

Deels. Corona heeft een versnelling gebracht in een bestaande trend. De lage prijzen hangen samen met de subsidies voor groene energie: zon en wind. De productie daarvan wordt financieel gesteund. Dat betalen de burgers, via de opslag duurzame energie op hun rekening. Daardoor kan energie uit hernieuwbare bronnen concurreren met stroom uit kolen en gas.

Een windmolen kost miljoenen, en een windpark op zee, kost meer dan een miljard euro. Maar groene energie heeft een voordeel: als zo’n park er eenmaal staat, dan is de opgewekte stroom gratis. De wind of zon kost immers niets. Daar is niet tegenaan te concurreren.

5 – Maar er is toch niet altijd zon en wind?

Dat is ook de vraag. De verwachting is dat de prijzen steeds wilder gaan slingeren. Negatieve prijzen op het moment met veel zon en wind en weinig vraag, maar wat op de grauwe en windstille dagen in de winter? Dan gaan prijzen stijgen, en mogelijk pieken.

Een goed denkbaar scenario is dat gas- en kolencentrales een deel van het jaar onrendabel zijn. Die centrales moeten zich in een korte periode gaan terugverdienen. De vraag is of dat haalbaar is.

Als die conventionele centrales echt uit gaan, kunnen de prijzen in de wintermaanden door het spreekwoordelijke dak gaan, vanwege de schaarste. Of er ontstaan tekorten. Bedrijven die centrales hebben, pleiten daarom voor een capaciteitsmarkt. Een soort subsidie voor het beschikbaar houden van centrales als achtervang. Netwerkbedrijven zijn daar tegen: die vinden een dergelijke subsidie marktverstorend. Uiteindelijk is dat een politieke keuze. Vooralsnog is die niet gemaakt, maar wordt er wel van alle kanten druk gelobbyd.

6 – Toch nog even de negatieve prijzen: wie betaalt dat?

Uiteindelijk zijn het de producenten die betalen. Dus de eigenaren van zonneweides, windparken en gas- en kolencentrales. Die worden dus minder winstgevend. Het zou kunnen dat windparken, die zijn neergezet met subsidie, worden afgeschakeld omdat de eigenaar anders verlies lijdt.

Als negatieve prijzen lang aanhouden, kan dat ook gevolgen hebben voor de financiering. Want de business case verslechtert. Banken en beleggers zullen dan minder happig zijn om er geld in te steken. De vraag is dus vooral hoe lang de prijzen negatief zullen zijn. En ook of het gemiddelde van die enorme prijsfluctuaties een acceptabel is: voldoende althans voor financiers om in te stappen. Er gaan ook steeds meer stemmen op om nieuwe windparken toch weer een soort van subsidie te geven, of prijsbescherming in jargon, zodat financiers een buffer hebben tegen dalende inkomsten.

Een ander effect van negatieve prijzen, is dat er steeds meer behoefte zal komen aan opslag. Dan valt te denken aan accu’s, bijvoorbeeld van elektrische auto’s. Als die met software aan elkaar worden verbonden, kunnen die inspelen op prijsprikkels. De batterijen laden op als de autobezitters geld toe krijgen, en leveren terug aan het net als de prijs hoog is. Zulke projecten bestaan, maar zijn nu nog kleinschalig. Want de aanbodzijde van de stroommarkt is enorm gestimuleerd, nu moet de vraagkant veel flexibeler worden.

7 – En de consument?

Batterijen in auto’s zijn bij uitstek voor de consument, zeker als meer mensen in zo’n stekkerauto gaan rijden. Maar de gemiddelde kleinverbruiker, zonder stekkerauto of zonnepaneel, zal niet kunnen inspelen op negatieve prijzen. De energierekening bestaat voor het meer dan de helft uit toeslagen, belastingen en heffingen. Bovendien betaalt geen enkele consument voor zijn stroom per uur of per dag. Wel stelde prijsvergelijker PriceWise begin deze maand dat door de lage prijzen voor zowel gas als stroom, het loont om te wisselen van energieleverancier. De bonus voor overstappers kan oplopen tot honderden euro’s.