Op de Noordzee bouwen voor het klimaat

8 juni 2020

Bron: FINANCIEEL DAGBLAD, Bert van Dijk

De windrijke Noordzee moet de komende decennia het middelpunt worden van de Nederlandse energietransitie en uiteindelijk een einde maken aan de Nederlandse ‘fossiele verslaving’. Een reportage vanaf bouwkavel Borssele 1+2 op de Noordzee, 23 kilometer uit de kust van Zeeland.

Bouw windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee door het bedrijf Ørsted.
Bouw windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee door het bedrijf Ørsted.Foto: Bas Czerwinski voor het FD

Na een uitvoerige verplichte veiligheidsbriefing, trainingsvideo’s, inclusief mini-examen, mag ook het FD aan boord van de bijna 30 meter lange Windcat 101. Maar niet nadat de temperatuur is opgemeten en dan een coronaverklaring is ondertekend. Eenmaal aan boord zorgen plastic schermen en een sterk gereduceerd maximum aantal mensen, voor een veilige en coronaproof trip naar Borssele 1+2.

112 vierkante kilometer

Na ruim een uur varen vanaf de haven in Vlissingen bereikt de snelvarende Windcat de eerste turbines. Het eerste wat opvalt, is hoe uitgestrekt het windpark is. Zover het oog reikt, torenen witte stalen turbines hoog boven het water uit, 94 in totaal op een oppervlakte van in totaal 112 vierkante kilometer. Bij sommige zijn de rotorbladen al vastgemaakt, bij andere nog niet. Sommige turbines moeten nog helemaal worden geïnstalleerd op de zogenoemde monopiles, lange stalen buizen, die in de bodem zijn geslagen.

Het Deense energieconcern Ørsted, dat het eerste Borssele-windpark aanlegt, heeft een selecte groep journalisten uitgenodigd een kijkje te komen nemen, nu de bouw van het park in de afrondende fase terecht is gekomen. ‘Zelden is het zo druk als nu’, zegt Steven Engels, directeur van Ørsted Benelux, in gesprek met het FD.

Strandhuisjes langs de Westerschelde nabij Vlissingen
Strandhuisjes langs de Westerschelde nabij VlissingenFoto: Bas Czerwinski voor het FD

Stalen wolkenkrabbers

Twee installatieschepen, een kabellegger en een schip dat de monopiles in de bodem heit, liggen in het ‘park’ en zijn tegelijk aan het werk. Ondanks de coronapandemie is het werk de afgelopen maanden gewoon doorgegaan. Het monteren van de 81 meter lange rotorbladen is precisiewerk en gaat begrijpelijkerwijs heel voorzichtig. Daardoor oogt de installatie traag. Maar dat is schijn. Bij goed weer, zoals vandaag het geval is, wordt een turbine per dag neergezet. Met een tiphoogte van 200 meter zijn het stalen wolkenkrabbers op zee die hier in Borssele 1+2 verrijzen.

De nummers staan voor de kavels waar Ørsted het park mag bouwen. De Denen wonnen in juli 2016 nog onder de naam Dong Energy de tender voor de aanleg van het park, de eerste in een lange rij megawindparken die de komende decennia in de Noordzee moeten verrijzen. Naast dit park wordt in de verte ook al gewerkt aan Borssele 3+4, dat door Shell, Van Oord en Eneco wordt aangelegd.

Subsidievrij?

Ørsted krijgt nog maximaal €2,3 mrd subsidie op de straks te leveren stroom, Shell en Eneco nog maar ruim €500 mln en de nieuwste parken worden dankzij spectaculaire kostendalingen — als alles goed gaat — straks subsidievrij aangelegd.

Als alles goed gaat, want het verdwijnen van de subsidies zet windparken frontaal in de wind van fluctuerende elektriciteitsprijzen. Als die zoals nu blijven dalen of zelfs af en toe negatief worden, kan dat windparken onrendabel maken. ‘Ja, dat is een zorg’, zegt Engels.

Met een tiphoogte van 200 meter zijn het stalen wolkenkrabbers op zee die in Borssele 1+2 verrijzen.
Met een tiphoogte van 200 meter zijn het stalen wolkenkrabbers op zee die in Borssele 1+2 verrijzen.Foto: Bas Czerwinski voor het FD

Vraag naar groene stroom stimuleren

De Ørsted-manager erkent dat met het wegvallen van de subsidies de risico’s toenemen. ‘Daarom is het heel belangrijk om ervoor te zorgen dat vraag naar groene stroom wordt gestimuleerd.’

Zonder extra maatregelen van de overheid is het risico groot dat windparken op zee in de komende jaren niet meer rendabel zijn en niet van de grond komen, zo blijkt uit recent onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat. Volgens het onderzoek is er de komende tien jaar een investering nodig van €17 mrd om de geplande windparken op zee tot aan 2030 te bouwen.

Maar sommige andere duurzame projecten kunnen financieel aantrekkelijker zijn als de risico’s voor wind op zee toenemen, bijvoorbeeld door achterblijvende vraag naar groene stroom. Dat kan de financierbaarheid van de windparken op zee bedreigen. ‘De financieringskosten gaan omhoog door het hogere risico’, zegt Engels. Het Zweedse Vattenfall trok zich vanwege de risico’s terug uit de tender voor Hollandse Kust Noord.

Wind samen met waterstof tenderen

‘Het zou goed zijn als windenergie in de toekomst samen met waterstoffabrieken wordt getenderd’, oppert Engels. ‘Door vraag en aanbod van groene stroom samen in de markt te zetten, verklein je de risico’s. ‘Je zou bijvoorbeeld een groot offshore windpark samen met een grote waterstoffabriek op land kunnen tenderen. Door dat aan de kust te doen, heb je ook minder netverzwaring nodig om de stroom te transporteren. Het is een hele objectieve manier van aanbesteden.’

‘Door vraag en aanbod van groene stroom samen in de markt te zetten, verklein je de risico’s’

Steven Engels, directeur Ørsted Benelux

Minister Wiebes van Economische Zaken heeft al laten weten naar mogelijkheden te gaan kijken om de businesscase voor wind op zee-projecten ‘robuuster‘ te maken. ‘Zo wordt […] nadrukkelijk gekeken hoe synergie kan worden behaald door verdere uitrol van wind op zee in nauwe samenhang met opschaling van waterstof te zien’, aldus Wiebes.

1 miljoen huishoudens

In de verte heeft offshoreschip Innovation van Deme zichzelf met behulp van vier afzinkbare stalen constructies op de bodem vastgezet en als een krab opgetild uit het water. Het bijna 150 meter lange gevaarte is bijna klaar met de installatie van een van de laatste funderingen voor het windpark. Eind dit jaar moeten alle turbines draaien en stroom leveren. Als het dan waait, leveren de turbines genoeg stroom voor 1 miljoen huishoudens, zegt Engels. Dat klinkt veel, maar het is niet meer dan 2,5% van het totale elektriciteitsverbruik van Nederland.

Er zijn nog heel veel van dit soort megawind-, maar ook zonneparken nodig om in 2030, zoals beoogd, 70% van alle stroom in Nederland duurzaam te produceren.