Plannen voor waterstoffabrieken genoeg, nu nog de miljardensubsidie

8 oktober 2020

Bron: Financieel Dagblad, Caitlin Stooker

Waterstof is ongekend populair. Als alle plannen doorgaan, worden er de komende jaren minstens zeven grote waterstoffabrieken gebouwd in Nederland. Die kunnen alleen uit als het kabinet miljarden euro’s subsidie bijdraagt. En daar wringt het.

Bouw windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee door het bedrijf Orsted. Groene waterstof kan worden gemaakt door overschotten elektriciteit uit windparken. Begin deze week maakten Orsted en Yara bekend dat ze een waterstoffabriek willen bouwen van 100 megawatt.
Bouw windmolenpark Borssele 1 en 2 op de Noordzee door het bedrijf Orsted. Groene waterstof kan worden gemaakt door overschotten elektriciteit uit windparken. Begin deze week maakten Orsted en Yara bekend dat ze een waterstoffabriek willen bouwen van 100 megawatt.Foto: Bas Czerwinski/ ANP

In het kort

Er liggen plannen voor zeven nieuwe waterstoffabrieken in Nederland.

Waterstof is zeer populair: er zijn veel toepassingen voor, zonder CO2-uitstoot bij de opwek.

Waterstof is duur, dus bedrijven willen subsidie van de overheid.

Begin deze week maakten Orsted en Yara bekend dat ze een waterstoffabriek willen bouwen van 100 megawatt. Het energiebedrijf en de chemische producent willen op zee opgewekte windenergie omzetten in zogeheten groene waterstof, om vervolgens groene ammoniak te produceren. Een baanbrekend project dat veel CO₂-uitstoot kan besparen, belooft het persbericht, mits de overheid een handje helpt.

Shell, BP, Nouryon en Engie hebben ook plannen voor een waterstoffabriek. Daarnaast spreekt het Havenbedrijf Rotterdam met nog twee andere grote partijen die de bouw van zo’n fabriek overwegen. Het gezamenlijk vermogen van alle geplande fabrieken gaat richting de 1000 megawatt. Ter vergelijking: de grote windparken op zee hebben een vermogen van 700 megawatt, wat overeenkomt met de het stroomverbruik van een miljoen huishoudens.https://localfocuswidgets.net/5f7de2dc2ec5b

De fabrieken die op de tekentafel liggen, zijn onrendabel. Voor 500 MW is er een subsidie nodig van tussen €1 mrd tot €2 mrd, zo stond in een schatting die het ministerie van Economische Zaken en Klimaat deze zomer met de Tweede Kamer deelde. Met de zeven nieuwe fabrieken die nu gepland zijn, zou de subsidie dus kunnen oplopen tot €4 mrd.

Subsidie is heikel

Dat geld is nodig omdat groene waterstof nu nog veel duurder is dan ‘grijze waterstof’, dat wordt gemaakt uit aardgas. Dus verlangen bedrijven prijscompensatie. Zonder rendement gaat geen enkel bedrijf investeren, maar subsidies zijn heikel.

De bouw van waterstoffabrieken mag van de Europese Commissie maar beperkt worden gesubsidieerd uit de SDE++, de belangrijkste Nederlandse subsidiepot voor duurzame energie (zie kader). Dit tot ergernis van Den Haag. Zo heeft D66 ‘investeren in pionierende projecten, zoals voor het opwekken van groene waterstof’ opgenomen in het verkiezingsprogramma. Het is ‘hoog tijd dat die Brusselse regels worden aangepast’, zegt die partij. Want met de Nederlandse subsidieregels voor duurzame energie, ‘kunnen we mooie waterstofprojecten ondersteunen’.

Greenpeace riep al op de subsidie voor groene waterstof te kenmerken als ‘innovatiesubsidie’. Daarmee zouden de Europese regels kunnen worden omzeild. Ook een woordvoerder van Wiebes zinspeelde vorige maand al op andere subsidieregelingen waar groene waterstofprojecten gebruik van zou kunnen maken. De versobering is daardoor ‘niet zo’n groot probleem’, aldus de woordvoerder.

Zo wordt er gespeculeerd op miljarden uit het onlangs gelanceerde ‘Wopke-Wiebes fonds’, het groeifonds waarmee het kabinet de Nederlandse economie wil versterken. Daarbij wordt er voor waterstof de parallel getrokken met wind op zee. Met miljardensteun creëert de overheid een markt, en als er schaal komt, wordt de waterstof steeds goedkoper, totdat er op een gegeven moment geen subsidie meer nodig is. Zoals het met offshore wind ook ging.

Buzzword in de energietransitie

Dat past volledig in de tijdgeest. Waterstof, zeker als dat is gemaakt uit groene stroom, is het buzzword in wat abstract de energietransitie heet.Want het stoot geen CO₂ uit. Ook zijn er veel toepassingen: vrachtwagens kunnen er op rijden, de industrie kan waterstof gebruiken bij processen met hoge temperaturen en het kan worden opgeslagen.

Orsted, dat groot is in windenergie, en kunstmestproducent Yara, willen met hun waterstoffabriek ‘koploper zijn in het creëren van een duurzame toekomst’. Shell wil een fabriek bouwen ‘om meer en schonere energie te leveren’. Tekenend voor de populariteit van waterstof is dat er al een studie is gedaan naar een waterstofbeurs: zoals er ook stroom wordt verhandeld, moet dat ook gebeuren met (groene) waterstof.

Het zijn bespiegelingen op een toekomstverwachting. In Nederland is één proeffabriek, van de Gasunie en deels gefinancierd door de Europese Unie, waar ook daadwerkelijk elektrolyse wordt toegepast. Die testlocatie bij Veendam heeft een vermogen van 1 megawatt. Ook elders in Europa is waterstof uit elektrolyse marginaal.

Realistisch?

De vraag is dan ook hoe realistisch de grootse plannen zijn. ‘Ik plaats mijn vraagtekens bij zoveel fabrieken’, zegt Machiel Mulder, hoogleraar Regulering van Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Want om waterstof te maken hebben die fabrieken stroomoverschotten nodig, en dus hele lage prijzen, anders wordt de elektrolyse onbetaalbaar.

Met steeds meer elektrische auto’s, de aanhoudende bouw van datacenters die stroom slurpen en Nederland dat van het gas af moet, is het volgens Mulder zeer de vraag of er wel een overschot aan stroom zal komen. ‘Windparken worden aanbesteed. Als de prijzen voor stroom echt zo laag zullen worden, dan zal toch niemand meer windparken bouwen?’

Hij heeft berekend dat elektrolyse de eerste twintig jaar niet rendabel wordt. ‘De vraag is of je er dan zoveel geld in moet steken. Als ik dit zeg volgt altijd ”ja, maar”, en krijg ik te horen dat ik te pessimistisch ben over de ontwikkelingen.’ Zijn visie: subsidieer een fabriek, om ervan te leren. ‘Maar doe dit niet grootschalig.’

Verduurzaming van de industrie

Dat geluid wordt overstemd door voorstanders. Vooralsnog hebben de bedrijven nog niets besloten: het zijn ‘slechts’ plannen. Nouryon, de voormalige chemietak van AkzoNobel, is bij drie van de plannen voor waterstoffabrieken betrokken. De ‘finale investeringsbeslissing’ is nog niet gemaakt, zegt een woordvoerder. Maar het mantra van Nouryon komt overeen met dat van de hele industrie: groene waterstof is een belangrijke bouwsteen voor de verduurzaming van de industrie en chemie.

Een van de plannen van Nouryon is om samen met Tata een waterstoffabriek te maken. Dankzij de fabriek en de groene waterstof zou Tata ‘zelfs zonder CO₂-uitstoot staal kunnen maken’, zegt een woordvoerder. Met een kleine disclaimer: dat zal, gezien de kosten en de beschikbaarheid van groene waterstof niet voor 2040 gebeuren. En dan moet de fabriek er wel echt komen.

Lees ook:

Hoe Nederland de Europese waterstofkampioen kan worden

Groen of grijs?

Waterstof kan ‘groen’ zijn, of ‘grijs’. Grijze waterstof wordt gemaakt met aardgas, waarbij de CO₂ wordt afgesplitst. Groene waterstof kan worden gemaakt door overschotten elektriciteit uit windparken. Die stroom wordt met zogeheten elektrolyse omgezet in waterstof. Op dit moment heeft Nederland nog geen surplus aan windstroom.

Dus als hier nu waterstof zou worden gemaakt, is dat met stroom die wordt opgewekt door gas- en kolencentrales. De CO₂-zal uitstoot vooralsnog alleen maar toenemen, zei Brussel vorige maand. Daarom temperde de Europese Commissie de subsidiemogelijkheden via de SDE++.

Groene waterstof wordt altijd gemaakt met elektrolyse. Zeker is dat daarbij veel energie wordt verspeeld. Volgens schattingen gaat zo’n 30% van de opgewekte energie verloren om er waterstof van te maken. Als de waterstof vervolgens weer wordt omgezet in stroom, is er nog eens hetzelfde energieverlies. Dus de helft van de opgewekte stroom gaat verloren in de conversie van en naar waterstof.