Vergroening hapert omdat derde van stroomnet nieuwe zonneweides niet aan kan

12 november 2020

Bron: Financieel Dagblad, Carel Grol

Zonneweides zijn een steeds groter landschapsbepalend element.
Zonneweides zijn een steeds groter landschapsbepalend element.Foto: Morris Bennis/ANP

In het kort

In grote delen van het Nederlandse platteland is het elektriciteitsnet vol of bijna vol.

Er is veel meer elektriciteit uit wind en vooral zon bijgekomen, mede door aantrekkelijke subsidies.

Bedrijven die een nieuwe aansluiting willen, of de bestaande willen uitbreiden, moeten maanden wachten.

Netbeheerders gaan het komende decennium tientallen miljarden investeren in het stroomnet.

Bijna een derde van het Nederlandse stroomnet is zo vol dat er nauwelijks of geen capaciteit is om zonneweides aan te sluiten. Ook bedrijven die willen uitbreiden en dus meer stroom gaan gebruiken, krijgen geen aansluiting. Honderden aanvragen blijven liggen, wat leidt tot lange wachttijden.

Dat zeggen netbeheerders tegen het FD. Zonnepanelen wekken stroom op zonder dat er CO2 vrijkomt, dat is belangrijk voor de klimaatdoelen. Nederland moet vergroenen. Tien jaar geleden hadden alle zonnepanelen in Nederland samen een zogeheten vermogen van 90 megawatt. Eind 2019 was dat ruim 6900 megawatt.

Vooral op het platteland zijn er nu opstoppingen in het stroomnet. Bij Enexis, eigenaar van het stroomnet in Groningen en Drenthe, is de situatie het meest nijpend. Bijna driekwart van de hoogspanningsstations heeft beperkte of geen mogelijkheid meer om zonneweides aan te sluiten.

Knelpunten

Bij Liander kampt zo’n 20% van de hoogspanningsstations met krapte, en zit 35% van de zogeheten middenspanningstations vol. Vorig jaar stelde het bedrijf al dat vertraging voor nieuwe netwerkaansluitingen, of uitbreidingen van bestaande aansluitingen, kan oplopen tot 48 weken: dat is dus bijna een jaar wachttijd.

‘We kunnen in de uitbreiding van het elektriciteitsnet de toename van de stroomproductie niet bijbenen’

Martin Martens, manager energietransitie van Enduris

Dat komt doordat sinds 2016, vanwege subsidies, vooral in landelijke gebieden veel zonneweides zijn bijgebouwd. Zo’n zonneweide kan in een jaar worden gebouwd, en dan stroom leveren aan het net. Sinds 2018 zien Enexis en Liander knelpunten op het stroomnet, iets dat tot dan toe niet bestond.

‘Groeipijn’

‘In het Friese Oosterwolde zijn de laatste jaren zoveel panelen bijgekomen, dat die op zonnige dagen 96 megawatt aan groene stroom kunnen opwekken’, zegt Daan Schut, de chief transition officer van Liander. ‘Het lokale verbruik is daar op een zondag 8 megawatt. De opwek is dus het twaalfvoudige. Die elektronen moeten wel ergens heen.’ Dus moet het stroomnet worden uitgebouwd. Dat betekent mogelijk meer stroomkabels naar de Randstad, waar het gebruik hoger is.

Lees ook:

Zeeland worstelt met gebrek aan stroomkabels

Dit speelt in het noorden, in de Achterhoek, in Noord-Limburg, in de kop van Noord-Holland: overal in Nederland zijn netten vol of bijna vol. De zonnedaken en windturbines die er de laatste jaren zijn bijgekomen op Schouwen-Duiveland en Tholen produceren meer elektriciteit dan er in dat gebied wordt afgenomen. Netbeheerder Enduris spreekt van ‘groeipijn’: ‘We kunnen in de uitbreiding van het elektriciteitsnet de toename van de stroomproductie niet bijbenen’, zei Martin Martens, manager energietransitie van Enduris, dit najaar.

Snelweg

Dus moet er in Zeeland een extra aansluiting komen op het landelijke hoogspanningsnet. Dat is van Tennet. Maar zo’n aansluiting kan zomaar zeven jaar duren. Planning, inspraak, bezwaar, bouw: de aanleg van een hoogspanningskabel wordt wel eens vergeleken met de bouw van een snelweg. Enduris is er al twee jaar mee bezig, en verwacht de aansluiting niet eerder dan 2025. Tot die tijd is er geen garantie dat nieuwe groene projecten aangesloten kunnen worden.

Tennet heeft ook zogeheten provinciale stations. Op ongeveer een derde van die stations is er amper nog ruimte voor nieuwe aansluitingen, zegt operationeel directeur Ben Voorhorst. Er kan minder dan 50 megawatt worden aangesloten. ‘Terwijl de grootste zonneweides die nu in de planning staan, 200 megawatt moeten gaan opwekken.’

Verdeelstations

De oplossing bestaat voor een belangrijk deel uit de uitbouwen van het stroomnet. Nederlandse netbeheerders gaan daarom het komende decennium tientallen miljarden investeren. Er moeten tienduizenden kilometers aan stroomkabels komen, en tientallen verdeelstations, die vaak een paar hectare beslaan.

‘We gaan de volgende tien jaar net zoveel doen als we de afgelopen veertig jaar hebben gedaan’

Daan Schut, chief transition officer van Liander

‘We gaan de volgende tien jaar net zoveel doen als we de afgelopen veertig jaar hebben gedaan’, zegt Schut. Niettemin verwacht hij dat het capaciteitsprobleem voorlopig nog niet van de baan is: tegenover de uitbreiding van het stroomnet, staat de komst van steeds meer zonnepanelen en windturbines.

25 gigawatt

In een van Lianders scenario’s vervijfvoudigt het stroomverbruik in Amsterdam. Dat heeft te maken met de datacenters, maar ook doordat huizen van het gas af gaan. Dus is er infrastructuur nodig: kabels en duizenden transformatorkastjes.

Voorhorst vreest zelfs dat plannen voor groene energie, en zeker voor zon, daarin doorschieten. Nederland is nu ingedeeld in 30 regio’s die allemaal hun eigen energiestrategie moeten uitstippelen. Windturbines stuiten op verzet, dus hebben regio’s veel liever zon.

‘Volgens de plannen die er nu liggen, zullen we over tien jaar, op een mooie zomerdag, 25 gigawatt stroom opwekken met zonnepanelen’, zegt Voorhorst. ‘Nu is dat 12 gigawatt.’ Daarmee dreigt het stroomnet dus weer te ruim te worden uitgebouwd. Uiteindelijk betalen huishoudens via belastingen op de energierekening voor een belangrijk deel deze infrastructuur.

Zesbaansweg

Netbeheerders kijken ondertussen naar zogeheten ‘slimme oplossingen’ om de huidige krapte te voorkomen. Zo wordt het stroomnet altijd aangelegd op maximaal gebruik. Tennet, Liander en Enexis trekken steevast de parallel met snelwegen. Moet je wel een zesbaansweg aanleggen, als je weet dat die maar twee keer per jaar volledig wordt gebruikt? In het geval van een zonneweide wordt er een kabel neergelegd die de opgewekte stroom kan afvoeren, op het moment dat alle panelen voor 100% stroom maken.

Lees ook

Tekort aan stroomkabels voor grote hoeveelheid zonne-energie

Alleen is het maar een paar keer per jaar dusdanig zonnig dat alle panelen maximaal produceren, berekende Liander. Door zonneweides aan te sluiten op 70% van het opgesteld vermogen, gaat maximaal zo’n 3% van de energie verloren.

Maar op dit moment zijn netbeheerders wel verplicht om investeringen in de netten te doen die de piekcapaciteit aankunnen. Oftewel: een zesbaansweg. Dat zijn ‘hele dure investeringen in de netten die relatief weinig opleveren’, stelt Liander. Met bijvoorbeeld de 70%-aansluiting, hopen netbeheerders op termijn miljarden te besparen.

Investeringskosten lopen hard op

Netbeheerders investeren nu al meer dan ooit tevoren. De bestedingen van Tennet, dat ook groot is in Duitsland, kwamen in het eerste halfjaar uit op €1,4 mrd. Dat was €300 mln meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

En in het eerste halfjaar bedroegen de investeringen van Alliander en Enexis zo’n €800 mln. Ter vergelijking: in 2010 investeerden ze samen in een heel jaar net iets meer dan €710 mln.

Netbeheerders hebben daarom eigenlijk constant geld nodig. Maar ze kunnen de tarieven maar beperkt verhogen. Daarom hebben ze aangeklopt bij de aandeelhouders: het rijk, provincies, en enkele gemeentes.

Uiteindelijk komen alle kosten bij de burger terecht. Enexis’ commentaar de voorbije zomer geldt daarom voor alle netbeheerders: ‘Met man en macht werken we aan voldoende capaciteit in onze netten. (…) Een goede balans tussen de betaalbaarheid voor burgers en bedrijven en de financierbaarheid van de energievoorziening is een aandachtspunt voor de komende jaren.’